Geplaatst op 23 oktober 2021

AJAX – BORUSSIA DORTMUND (19-10-21): ‘TOTAALVOETBAL 3.0’

Menno Pot merkt in zijn boek ‘Het nieuwe Ajax – Hoe een voetbalclub zichzelf opnieuw uitvond’ op dat onder Erik ten Hag het elftal van Ajax in algemene zin ‘in de geest van Johan Cruijff‘ speelt.  Bij Ajax draait het om de aanval, om zuivere passing, balaanname en tempo. Ajax speelt altijd in een 4-3-3 opstelling, met  verdedigers die vooruit denken, middenvelders die denken als aanvallers en – een vleugje ‘totaalvoetbal’- vleugelverdedigers die ten aanval trekken: ze zijn assistgevers, zelfs doelpuntenmakers. Dat is Ajax-voetbal, herkenbaar voor iedereen die de grote Ajax-teams uit het verleden zag spelen.

Dat is onmiskenbaar voetbal in de geest van Cruijff. In ‘De vreugde van het voetbal – Ajax in de Champions League 2018-2019′ zegt de vader (Danny Blind) dat hij geniet van het voetbal van de zoon (Daley Blind) en dat hij raakvlakken ziet tussen zijn eigen Ajax van 25 jaar geleden en het Ajax van de zoon, in het bijzonder het positiespel. ‘Het doet me soms denken aan mijn eigen gloriejaren. Dat rondo-voetbal op een paar vierkante meter, het één keer raken, de snelle balcirculatie, dat alles maakt het voetbal mooi.’ De coach Cruijff had in zijn opvolger Van Gaal een geestverwant, aldus Blind, die immers onder Van Gaal speelde in de ploeg die toen de Champions Leage won. ‘Beiden wilden zo aanvallend mogelijk voetballen, balbezit hebben en domineren, de tegenstander opjagen, pressie uitoefenen.’ De rechte lijn van Cruijff naar Van Gaal loopt volgens Blind door naar Erik ten Hag, die het snelle en precieze passen bij Ajax al evenzeer tot hoogste doel verheft. ‘Bij Ten Hag zie je alle elementen terug die bij Ajax horen: tussen de linies voetballen, backs die over de middenvelders en aanvallers heen komen en bij balverlies direct omschakelen naar counter-pressing.’

In zijn boek ‘Wij zijn ons lichaam – Wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag’ zegt Aldo Houterman: ‘Toen Ajax onder Erik ten Hag de legendarische 4-1 overwinning uit tegen Real Madrid behaalde in het seizoen 2018-2019, sprak Willem Vissers in de Volkskrant over “totaalvoetbal 3.0”. In een interview met dezelfde krant  noemt Ten Hag zelf totaalvoetbal een mooie term waaronder hij verstaat dat een team zich op verschillende manieren kan aanpassen aan de wedstrijdsituatie: “Wat ga je doen als je de bal verovert? Ga je dan positiespel spelen en de bal houden, of ga je voor de goal als de kans daar is?’ Eerder nog dan het spelen op balbezit is het totaalvoetbal juist “direct”, “variabel” en “met veel beweging”, zegt Ten Hag. Hierin horen we duidelijk de echo van de Hollandse School als een beweegstijl die gebaseerd is op de continue wisselwerking tussen het hele elftal en de omstandigheden. Misschien nog belangrijker is de toevoeging “3.0” die verwijst naar de twee eerdere succesteams onder Michels en Kovács in de jaren zeventig en onder Van Gaal in de jaren negentig.’ Tot zover Houterman. En Arrigo Sacchi oordeelt in ‘De onsterfelijken – Het AC Milan van Rijkaard, Gullit en Van Basten’ als volgt: ‘In het jonge Ajax van Ten Hag herkende ik alle kernwaarden van een groot team: historie, vernieuwing, enthousiasme, passie, voor elkaar willen knokken, een cultuur, schoonheid, organisatie, mooi spel. Normaal ben ik altijd voor het team waar ik heb gewerkt, maar toen Ajax tegen Real Madrid moest spelen, was ik blij dat de Nederlanders wonnen, omdat ze beter voetbal hadden laten zien en het dus verdienden. Ik heb van ze genoten.’

Tegen Borussia Dortmund heeft Ajax met een nieuw team het totaalvoetbal 3.0 nieuw leven in geblazen. We hebben opnieuw ‘de vreugde van het voetbal’ mogen herbeleven. Er werd zeer geconcentreerd gevoetbald en tegelijk spelenderwijs. De spelbeleving was optimaal. Alle elementen en facetten die hiervoor door de verschillende auteurs zijn genoemd, zagen we terug: gevarieerd positiespel, snelle balcirculatie, één keer raken, perfecte techniek bij balaanname en inpassen, in elkaar overlopende linies, pressievoetbal met en zonder bal, tempowisselingen, beweging, posities van elkaar overnemen, de bal van vleugel laten wisselen. Sacchi zegt het heel fraai over de ‘klas van Ten Hag’ tegen Real Madrid, maar dat is nu ook weer van toepassing op het huidige Ajax dat immers zegevierde in een ‘grote’ Europese wedstrijd.

Een laatste opmerking. Als totaalvoetbal 3.0 Ten Hag is, dan is dus totaalvoetbal 2.0 Van Gaal en totaalvoetbal 1.0  Michels/Cruijff (ik laat de pure ‘voortzetter’ Kovács hier terzijde). Maar wat zijn de verschillen daartussen, de ontwikkelings-tendenzen? In ‘De vreugde van het voetbal’ wordt Ten Hag zelf als volgt geciteerd: ‘Het boek “Teambuilding als route naar succes” van Rinus Michels spreekt mij aan. Het is een leidraad voor topcoaches. Hoe je vanuit een bepaalde filosofie strategisch en tactisch aan een team kunt bouwen en dat kunt vertalen naar prestaties op het veld.’ In dat handboek zegt Michels dat Van Gaals aanpak er zich vooral door onderscheidt dat de spelopbouw tot in detail was geperfectioneerd. In zijn Van Gaal-biografie noemt Maarten Meijer hem de man van de organisatie, de planning en de controle. ‘Kwaliteit is het uitsluiten van toeval’, zo luidt Van Gaals credo. Dat geldt dan zowel buiten als binnen het veld. Volgens Meindert van der Kaaij, een andere biograaf, zei Van Gaal dat hij streefde naar veel positiewisselingen. Hij bedoelde daarmee dat spelers in hun zone beweeglijk moesten zijn. Je zou dus, zwaar gechargeerd, kunnen zeggen dat het totaalvoetbal bij Van Gaal (2.0) qua variatie statischer is georganiseerd dan bij de zeer dynamische Ten Hag (overigens een leerling van Guardiola, die op zijn beurt weer Van Gaal bij Bayern München opvolgde) in de huidige ontwikkelingsfase (3.0). Bij Van Gaal wordt vooral vanuit balbezit aangevallen, bij Ten Hag is er steeds de keuze die te maken is tussen vanuit balbezit aanvallen en de directe attaque.

Rob Siekmann
Auteur van De Hollandse School van het totaalvoetbal – Historie en analyse: een literatuurstudie, 20/10 Uitgevers (2021)