Geplaatst op 24 april 2017

Jaargang 24 – nr. 3 – juni 2015

Van de voorzitter

Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf is het zaterdag 30 mei 2015. De dag daarvoor is gebeurd wat velen hoopten te voorkomen, namelijk de herverkiezing van Sepp Blatter als voorzitter van de FIFA. Onze Bondsvoorzitter, Michael van Praag, heeft zijn nek uitgestoken en geprobeerd een nieuwe wind te laten waaien bij de FIFA. Achteraf allemaal tevergeefs, maar wat mij betreft alle waardering voor het feit dat hij is opgestaan en deze poging heeft ondernomen.

Voor de KNVB en dus ook voor onze Bondsvoorzitter is er echter ook genoeg te doen in eigen land. Op 15 december 2014 organiseerde de KNVB een congres met o.a. trainers, hoofden jeugdopleiding en clubs omdat men zich zorgen maakte over de toekomst van het voetbal in Nederland. Na afloop van het congres werden 11 speerpunten geformuleerd die het Nederlands voetbal een duw in de goede richting moesten geven. In alle 11 geformuleerde speerpunten bleek de trainer/coach een cruciale rol te spelen. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want Nederland is een opleidingsland en dus is het vanzelfsprekend en van groot belang dat het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van de trainer-coach hoog op de agenda staat van de KNVB. De realiteit is minder positief.

Trainer/coach zijn is een vak, en dat vak is belangrijk voor de ontwikkeling van het voetbal en dus zijn aan de uitoefening van dit vak kwaliteitseisen verbonden die door een licentiesysteem worden geborgd. De KNVB heeft het licentiesysteem in haar reglementen opgenomen. Daarmee is het licentiesysteem een deel geworden van de interne regelgeving van de KNVB en geldt het voor alle leden van de KNVB.

Ook de sancties die behoren bij het overtreden van de reglementen, dus ook die van het onbevoegd trainen en/of coachen, zijn vastgelegd in KNVBreglementen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de KNVB toestaat dat in het amateurvoetbal het licentiesysteem wordt genegeerd. Bij Kozakken Boys (Topklasse) en RVVH (Hoofdklasse) wordt onbevoegd getraind. Iedereen weet het en ziet het wekelijks gebeuren. Ook de KNVB heeft het gezien. Zij heeft immers drie brieven gestuurd naar beide clubs. In de laatste brief was vermeld dat bij een volgende overtreding direct aangifte zou worden gedaan bij de Tuchtcommissie. Ondanks dat na de laatste brief opnieuw in strijd met de reglementen werd gehandeld, heeft de KNVB tot vandaag haar aangekondigde maatregelen tegen beide verenigingen niet uitgevoerd. Sterker nog, de KNVB was in de persoon van de directeur amateurvoetbal op 9 mei in Barendrecht aanwezig om de kampioensschaal te overhandigen aan Kozakken Boys.

Ook de sancties die behoren bij het overtreden van de reglementen, dus ook die van het onbevoegd trainen en/of coachen, zijn vastgelegd in KNVBreglementen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de KNVB toestaat dat in het amateurvoetbal het licentiesysteem wordt genegeerd. Bij Kozakken Boys (Topklasse) en RVVH (Hoofdklasse) wordt onbevoegd getraind. Iedereen weet het en ziet het wekelijks gebeuren. Ook de KNVB heeft het gezien. Zij heeft immers drie brieven gestuurd naar beide clubs. In de laatste brief was vermeld dat bij een volgende overtreding direct aangifte zou worden gedaan bij de Tuchtcommissie. Ondanks dat na de laatste brief opnieuw in strijd met de reglementen werd gehandeld, heeft de KNVB tot vandaag haar aangekondigde maatregelen tegen beide verenigingen niet uitgevoerd. Sterker nog, de KNVB was in de persoon van de directeur amateurvoetbal op 9 mei in Barendrecht aanwezig om de kampioensschaal te overhandigen aan Kozakken Boys.

Ik heb telefonisch gesproken met (de directeur amateurvoetbal van) de KNVB en per e-mail aangekondigd dat ik tijdens het Nederlands Trainerscongres op 15 mei over het hiervoor genoemde onderwerp zou spreken. De KNVB vroeg mij met klem dit niet te doen en wilde heel snel met de VVON aan tafel om e.e.a. te bespreken. Na overleg met ons bestuur heb ik besloten het genoemde onderwerp niet ter sprake te brengen Het door de KNVB toegezegde gesprek is er echter nog steeds niet geweest. De directeur amateurvoetbal zou het (opeens) te druk en geen tijd hebben. Het zal duidelijk zijn wat de VVON van deze manoeuvres van de KNVB vindt.

Op zaterdag 23 mei speelde Kozakken Boys tegen Lienden. De wedstrijd werd live uitgezonden door FOX Sports. Zowel voor als na afloop van de wedstrijd werd de onbevoegde Danny Buijs geïnterviewd als trainer/coach van Kozakken Boys. Nog maar weer eens een mailtje richting (de directeur amateurvoetbal van) de KNVB. Bewijs voldoende zou je zeggen en heel Nederland heeft het gezien. De letterlijke reactie was: “De KNVB kan op dit moment op basis van de feiten en de te volgen tuchtrechtelijke procedures nog geen standpunt innemen”. Ik viel bijna van mijn stoel. Het is in ieder geval volstrekt duidelijk dat de KNVB het belang van (onze) 4.000 van haar leden niet serieus neemt.

En een week later volgde de tweede wedstrijd tussen Lienden en Kozakken Boys. Ook nu weer werd de onbevoegd Danny Buijs geïnterviewd voor de camera’s van FOX Sports. Ook daar was de directeur amateurvoetbal uiteraard aanwezig. Hij mocht namelijk opnieuw een schaal uitreiken. Gelukkig dat Lienden uiteindelijk het algeheel amateurkampioenschap in de wacht sleepte. Want anders had de KNVB in een tijdsbestek van drie weken twee prijzen uitgereikt aan een vereniging die lak heeft aan haar reglementen.

Ter toelichting nog even dit. In artikel 7 van de statuten van de KNVB is bepaald dat Leden van de KNVB verplicht zijn de Statuten en reglementen van de KNVB, de besluiten van haar organen, alsmede de door het bondsbestuur en/of de sectiebesturen van toepassing verklaarde wedstrijdbepalingen, de spelregels zoals vastgesteld door de International Football Association Board (IFAB) daaronder begrepen, na te leven. Kozakken Boys (en ook RVVH) handelt dus in strijd met de statuten van de KNVB. Dat moet leiden tot maatregelen. Dat de KNVB zelf haar statuten niet serieus neemt is veel ernstiger. De wet voorziet in serieuze sancties als een rechtspersoon (zoals de KNVB) in ernstige mate in strijd met haar statuten handelt.

De VVON rest nu niets anders dan zelf aangifte te doen. De kwaliteit van het voetbal en de geloofwaardigheid van het vak trainer/coach staat namelijk op het spel. Wanneer u dit leest ga ik er vanuit dat de aangiftes tegen Kozakken Boys en RVVH inmiddels zijn ingediend bij de landelijke Tuchtcommissie. Hoewel de Tuchtcommissie ook onderdeel is van de KNVB mag ik toch hopen dat zij wel gewoon hun werk doen.

En om toch positief af te sluiten. Het was 15 mei jl. in Zwolle een mooi en goed georganiseerd Trainerscongres. Met ongeveer 1400 deelnemers en gasten was dit het best bezochte congres van de afgelopen dertien jaar. Ik wil alle betrokkenen dan ook graag bedanken voor hun inzet en medewerking.

Arnold Westen

“Deze prijs verandert mij niet als persoon” - Adrie Poldervaart

Bij het weerklinken van zijn naam in het IJsseldata Stadion van PEC Zwolle kon zijn geluk niet op. Adrie Poldervaart (44) mag zich een jaar lang amateurtrainer van het jaar noemen. En er wacht hem tevens een nieuwe uitdaging: Topklasser BVV Barendrecht. “Door deze titel start ik niet ineens met twaalf punten voorsprong. Ik moet net zo hard weer aan de bak.”

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Als we het over trainers met een drukke agenda hebben, dan valt Adrie Poldervaart wel in dat rijtje. Eigen fysiotherapiepraktijken, werkzaam als sportfysiotherapeut bij Excelsior en vanaf komend seizoen hoofdtrainer bij BVV Barendrecht. Toen de TrainerCoach ruim twee jaar geleden met de oefenmeester sprak, was hij zeer uitgesproken over zijn visie. De 1:4:3:3- formatie was heilig. “Het ‘driehoekje’ waar dan ook op het veld is mijn ding. In balbezit moeten spelers veel draaien om zo vrij te DeTrainerCoach | 5 komen. Bij balbezit tegenstander koppel ik op het middenveld mijn spelers aan die van de tegenstander. Het balbezit spelen op de helft van de tegenstander in een kleine ruimte, is op amateurniveau moeilijk, zeker als de velden niet altijd best zijn. Je hebt vaker balverlies en daardoor meer omschakelmomenten. Maar we proberen het wel, want want deze uitvoering geeft veel plezier en genoegdoening. Daarnaast probeer ik via mijn backs vaak een man meer op het middenveld te creëren. Eén van de twee moet opstomen naar rechtshalf of zelfs rechtsbuiten. Of links uiteraard. De buiten-speler kan dan in de bal komen.”

Verandering

Nu, ongeveer tweeënhalf jaar later, is die visie niet veranderd. Sterker nog, Poldervaart is er nog meer van overtuigd dat dit zijn ideale manier van werken is. “Ik ben verder gegaan op de ingeslagen weg. Bij Zwaluwen trainden we heel veel op balbezit op de helft van de tegenstander. Dat deed ik met allerlei weerstanden: goals, kleine goals, palen. Op die manier worden spelers zich bewust van de kleine ruimtes en de mogelijkheid een bal aan te nemen of door te spelen. Ook trainen we veel op het tussen de linies spelen, erg belangrijk tegenwoordig. Daarnaast heb ik me verdiept in het differentieel leren. Differentieel leren gaat over variëren, tot in het extreme, om spelers hun eigen bewegingen en inzichten te laten ontdekken. Verras de spelers, zodat ze niet kunnen terugvallen op vaste patronen. Ze worden gedwongen zich aan te passen aan nieuwe situaties, ze worden gedwongen om te leren.”

Als mens verandert iedereen. Dus werken bij verschillende clubs en met verschillende type spelers verbreedt je horizon. “Mijn referentiekader is de afgelopen jaren vergroot. Andere spelers en mensen binnen een club waar je mee te maken krijgt, andere ideeën die je hoort. Als je daarvoor openstaat, verrijkt het je als persoon. Datzelfde geldt voor een journalist: interview je twee mensen dan is dat anders dan wanneer je er 150 hebt geïnterviewd. Je leert andere mensen kennen, hoort andere dingen en kunt beter over zaken meepraten. Datzelfde gebeurt bij een voetbalclub.”

Fysiotherapeut

Poldervaart heeft zijn eigen fysiotherapiepraktijken. Uiteraard heeft zijn professionele achtergrond voordeel waar het gaat om de fysieke gesteldheid van zijn spelers. Toch denkt de oefenmeester dat hij op meerdere vlakken baat heeft van het zijn van fysiotherapeut. “In mijn vak heb je sensoren voor type gedragingen van mensen. Is iemand stiller? Zit iemand ergens mee? Is hij minder dominant dan anders? Mijn vak is erop gericht om gedrag, pijn en klachten te herkennen. Ook de communicatie is erg belangrijk. Dat heb ik natuurlijk naar mijn spelers toe ook nodig.”

Maar iemand met een dergelijke achtergrond, kan hij de medische staf zijn gang laten gaan of bemoeit hij zich er graag mee? “Haha, ik ga niet ook als fysiotherapeut bij Barendrecht aan de slag. Als er een medische staf bij een club aanwezig is, wil ik daar in principe niets mee te maken hebben. Ik concentreer me op het technische gedeelte. Ik heb in het verleden ook nooit problemen gehad met een medische staf. Als er echter iets is waar we in overleg met de medische staf met mijn kennis profijt van kunnen hebben, dan laat ik die kans niet onbenut. Het draait immers om de gezondheid van de speler en het team. Als iemand niet kan spelen, wil ik natuurlijk wel weten waarom. Toevallig heb ik verstand van het fysieke. Als iemand aan mij vraagt waarom ik een bepaald positiespel kies, geef ik daar ook antwoord op. Maar spelers zien me niet langs de fysiotherapeutentafel staan.”

Verplaatsen

Luisterend naar Poldervaart is het iemand die het verplaatsen in de speler een belangrijk onderdeel van het trainersvak vind. Er is dan ook niet een bepaald type speler waarvan hij het lastig vindt om mee te werken. “Ik kan goed omgaan met spelers waar het even niet zo makkelijk gaat. Ik ben coulant en duidelijk, geloof in het geven van meerdere kansen. Elke speler heeft zijn eigen aanpak nodig. Ik kan me goed verplaatsen in spelers, ben niet star. Je kan niet altijd rechtlijnig naar spelers toe zijn. Wel ten aanzien van de regels (tijd en afspraken), maar gedragingen hebben zijn redenen en daar verdiep ik me in. Voor de ene speler moet je wat soepeler zijn dan voor de ander. Toch mag het niet ten koste gaan van het team, want daar draait het uiteindelijk altijd om. Maar binnen een team moet ieder individu zichzelf kunnen zijn.”

“Spelers kunnen hun problemen bij me neerleggen”, vervolgt Poldervaart. “Begin juni heb ik bij Barendrecht al een bijeenkomst gehad om het daarover te hebben. Als er iets is waardoor een speler niet goed in zijn vel zit, wil ik daarvan op de hoogte zijn. Niet tot in detail, maar ik wil wel weten wat er in de mens zit. Het kan zijn dat een speler problemen heeft op zijn werk en op het punt staat zijn basisplek te verliezen. Als je dan moet presteren op de training en in wedstrijden en ik geef hem na een paar fouten op zijn donder, dan stapt de speler ongewild over zijn grens. Dan neemt de emotie de overhand. Als hij van tevoren aangeeft wat er speelt, dan laat ik zo’n jongen met rust. Een speler moet zich veilig voelen. Dan blijft hij gewoon onderdeel van de groep. Sommige spelers maken er gebruik van en komen naar me toe. Het is lastig te beoordelen of spelers er ook bewust geen gebruik van maken, want die vertellen het niet. Ik geef ook altijd aan de groep aan waar een speler is bij afwezigheid. Ik lieg daarover niet tegen de groep, maar als het een persoonlijke kwestie is dan moeten ze het aan hem zelf vragen wat er exact aan de hand is.”

Barendrecht

In november van 2012 stapte Poldervaart in bij Zwaluwen. Hij moest de ploeg behoeden voor degradatie uit de Hoofdklasse. Aan het einde van het seizoen 2014/2015 heeft hij de ploeg gebracht tot de beste ploegen van de Hoofdklasse, al promoveerde de ploeg niet. Zijn werk bij Zwaluwen bleef niet onopgemerkt, want Topklasser Barendrecht klopte aan de deur. Vanaf het moment dat hij zijn handtekening zette onder de overeenkomst heeft hij tijdelijk twee petten op. “Vanaf het moment dat je een verbintenis aangaat ben je betrokken bij onder andere de samenstelling van de selectie. Je praat met de voorzitter, hebt het over de invulling van de technische staf, het oefenprogramma, etcetera. Dat loopt parallel naast mijn werkzaamheden bij Zwaluwen. Voordeel is dat ze niet op hetzelfde niveau spelen, dus minder sentimenten en het belangrijkste, het mag nooit ten koste gaan van 6 | DeTrainerCoach ‘NIEMAND OP PROFNIVEAU ZIT NU OP MIJ TE WACHTEN’ DeTrainerCoach | 7 de huidige club. Ik heb ook nooit een training van Zwaluwen laten schieten, omdat ik iets bij Barendrecht moest doen.”

Inmiddels is hij met zijn hoofd volledig bij Barendrecht. En dus is alles gericht op de voorbereiding naar het volgende seizoen toe. “De ploeg heeft op 13 juni nog een finale gespeeld en exact een maand later starten we de voorbereiding. Veel trainen en oefenduels. Ik houd rekening met de belastbaarheid van de spelers en bouw dat geleidelijk op. Ik geef de jongens in de vakantie wel een programma mee, zodat ze qua belastbaarheid van het lichaam minimaal op hetzelfde niveau zitten. Het team zal zich vormen door middel van een trainingskamp en naarmate de weken vorderen zullen we naar een basisformatie toewerken.”

En alles staat voor Poldervaart in het teken van zijn geliefde formatie: 1:4:3:3. “We hebben bewust naar spelers gezocht die in dat systeem passen. Daarin kun je wel nuances toepassen, maar voor elke positie hebben we twee spelers. Als A niet kan spelen, dan speelt B in principe. Met name voorin kunnen we variëren, omdat we jongens hebben die op verschillende plekken uit de voeten kunnen. Ik stel de selectie samen naar aanleiding van enkele variabelen: links- of rechtspoot, snelheid, kopkracht en voetbaltechnisch vermogen. Vanaf training één is alles gericht op het spelen van ons spel. Met eventueel kleine nuances, maar in principe moet steeds het 1:4:3:3- systeem naar voren komen.”

Excelsior

Naast zijn drukke baan als fysiotherapeut, het amateurtrainerschap bij Barendrecht, is Poldervaart al een half leven actief bij Excelsior. “Met ingang van komend seizoen zestien uur per week”, vertelt hij. “Op het veld met de jongens revalideren en de warming-up begeleiden. Inmiddels ga ik mijn 23e jaar in. Timemanagement is in mijn leven erg belangrijk. Dus ook nu ik trainer word van Barendrecht blijf ik actief bij Excelsior. Ik heb ook niet de verplichting om naar de wedstrijden van de club te gaan kijken. En de afspraak is dat mijn amateurclub altijd voorrang heeft.

Ambities

Als fysiotherapeut heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe het is om te werken op het hoogste niveau in Nederland. En dus brandt er ook vast ambitie bij Poldervaart om in de toekomst zijn kwaliteiten te ontplooien in het profvoetbal. Toch wil hij daar nu niet echt over nadenken. “Laat ik me eerst bij Barendrecht eens bewijzen. Daarnaast heb ik geen CBV. Ik vind het ook altijd raar als een speler van Jupiler League-club naar de Eredivisie gaat en dan al over het Nederlands elftal praat. Ik ben een leugenaar als ik zou zeggen dat ik niet hogerop wil. Maar ik moet eerlijk zijn: niemand zit op profniveau nu op mij te wachten. Tenzij ik twee keer achter elkaar kampioen word in de Topklasse waardoor een BVO denkt: ‘we gaan die Poldervaart eens een contract voor twee jaar geven’. In de Jupiler League doen ze dat echter niet vanwege de financiële situatie en dat betekent ook dat ik mijn eigen praktijken en Excelsior aan de kant moet zetten. Dat is niet reëel als je half veertig bent. Het enige reële is dat een ex-trainer van Excelsior aan me vraagt om één van zijn assistenten te worden. Maar voor nu is het belangrijk dat ik bij Barendrecht wat neerzet en de mensen dat waarderen.”

Rinus Michels Award

De Rinus Michels Award die hij ontving als amateurtrainer van het jaar was voor Poldervaart samen met zijn contract bij Barendrecht een hoogtepunt in het jaar 2015. “Zo’n award is me heel veel waard. Toen Kees Jansma me vroeg wat het voor me betekende, heb ik gezegd dat het een subjectieve beoordeling is. Misschien konden nog wel honderd trainers die award winnen. Ik ben geen kampioen geworden, andere trainers wel. Het is een waardering voor mijn manier van werken, mijn jarenlange speelwijze en de persoon die ik ben. Ik heb hem niet gekregen voor mijn blauwe ogen, maar op basis van mijn kwaliteiten en wie ik ben. Mijn contract bij Barendrecht voelde ook als een vorm van waardering. Het is een grote club uit de Topklasse die vraagt om hoofdtrainer te worden. Ze hadden me al een paar jaar op de korrel vertelden ze me. Samen met deze landelijke prijs is dat een enorme waardering. Je krijgt een wat andere status voor de mensen om je heen, maar als persoon verandert het me niet. Ik start niet ineens met twaalf punten voorsprong in de Topklasse. Dit jaar moet ik weer presteren en vol aan de bak, dat is het enige dat telt.”

Topvoetballers in de dop

De jeugdopleiding van Feyenoord staat al jaren hoog aangeschreven in Nederland en Europa. Tijdens het Nederlands Trainerscongres in Zwolle verzorgde de club uit Rotterdam-Zuid een presentatie van de Onder 13-ploeg.

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Dat de jeugdopleiding van Feyenoord zo hoog aangeschreven staat, wekt geen verbazing. Met talenten als Terence Kongolo, Bruno Martins Indi, Jordy Clasie en Jean-Paul Boëtius die hun basis hebben geleerd op Varkenoord mag Feyenoord ook trots zijn. Ze kregen vier jaar op rij de Rinus Michels Award voor beste jeugdopleiding (2010/2011, 2011/2012, 2012/2013, 2013/2014) en waren ook dit jaar genomineerd (zie pagina 18). Tijdens het afgelopen WK waren de Rotterdammers hofleverancier (samen met FC Barcelona) waar het ging om eigen opgeleide spelers die actief waren in Brazilië.

Demonstratie

De demonstratie begon met een kleine verontschuldiging door Jan Gösgens, trainer van Feyenoord Onder 18. De jongens van de Onder 13-ploeg hadden de dag ervoor de bekerfinale gespeeld tegen de D1 van Vitesse en stond het kampioensduel met Ajax op het programma. De trainers hielden tijdens de demonstratie rekening met de belastbaarheid van de jonge spelers.

“De Onder 13 ploeg traint vier keer per week, op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag”, vertelt Gösgens terwijl de ploeg van Taument bezig is aan de warming-up. “Ze beginnen om negen uur en ook videoanalyse maakt daar deel vanuit. Het belangrijkst voor de coach is dat ze plezier maken. Je merkt wel dat die jongens alles in de hoogste versnelling willen doen en daar moet je als trainer rust in aanbrengen. We werken individueel met spelers om ze beter te maken, maar vooral vanuit wedstrijdsituaties.”

Visie

De Onder 13-ploeg maakt deel uit van de dagopleiding en wordt getraind door oudinternational Gaston Taument. Feyenoord wil daarbij dat de hoofdtrainer te allen tijde wordt geassisteerd door één of meerdere trainers en ook door trainers die stage lopen in de opleiding van Feyenoord.

Feyenoord is erg selectief in het aanstellen van de trainers. In de door de VVON georganiseerde trainersbijeenkomst op Varkenoord gaf hoofd jeugdopleidingen Damien Hertog dat ook aan. “De coaches en trainers zijn van groot belang. Er moet continuïteit in zitten. We hebben er niets aan als we trainers binnenhalen die allemaal de ambitie hebben om hoofdtrainer van het eerste te worden. Ook is het belangrijk dat ze leeftijdsdeskundig zijn en weten hoe met bepaalde leeftijdsgroepen om te gaan. Daarnaast willen we diversiteit in leeftijd, ambitie, opleiding, voetbalverleden, positie in het veld en karakter.”

Opleiden tot topvoetballers

In hun eigen beleidsplan betreffende het opleiden tot topvoetballers heeft Feyenoord het als volgt omschreven:

“Wij hebben in onze identiteit een aantal kernwaarden van de Feyenoord Academy beschreven. Dit zijn belangrijke waarden in ons competentieprofiel van een topvoetballer. Wij willen deze attitude ontwikkelen bij iedere speler die uitkomt voor de Feyenoord Academy. Opleiden binnen het primaire proces, het voetbal! Wij leren voetballen door veel het spel te spelen. Ervaringen opdoen in de context van een wedstrijd of een vereenvoudiging van de wedstrijd. Hierdoor komen spelers met alle weerstanden binnen het voetballen in aanraking. Wij zien dit als noodzaak om een speler te ontwikkelen.”

Ook wordt er binnen de opleiding veel waarde gehecht aan het maken van eigen keuzes. “De vraag naar zelfstandig keuzes leren maken of juist gericht een opdracht uitvoeren is hierdoor optimaal aanwezig. Als wij de noodzaak zien om een voetbaltechnisch/tactisch, fysiek of mentaal aspect extra aandacht te geven, halen wij die (deels) uit de context en proberen wij spelers daarinin te ontwikkelen. Uiteindelijk willen wij dit snel weer terugbrengen naar het spel en daar progressie in zien. Daarnaast hebben wij ondersteunende processen die in het teken staan van het ontwikkelen binnen de wedstrijd. Zo is er een kracht-, loop-, coördinatie- en stabilisatieprogramma om beter in staat te zijn de wedstrijd vol te houden en betere keuzes te maken binnen het aanvallen, verdedigen en omschakelen. Ook hebben wij een videoanalyse systeem om bij spelers het spelinzicht verder te ontwikkelen, wat ten goede komt aan de keuzes binnen de wedstrijd. Onze mentale leerlijn is ontwikkeld zodat spelers leren optimaal te presteren binnen de wedstrijd. In het kader van jezelf presenteren verzorgen wij voor onze spelers mediatraining.”

Mentale begeleiding

De afgelopen jaren wordt het mentale aspect binnen het voetbal steeds meer gerespecteerd en dus wordt er bij Feyenoord al bij de jeugd aandacht aan besteed. “Het vak van toekomstig profvoetballer vraagt van spelers dat zij al op jonge leeftijd zelfstandigheid ontwikkelen. Van hen wordt verlangd dat zij zowel binnen als buiten het veld keuzes maken die de kans vergroten om te slagen als profvoetballer. De Feyenoord Academy heeft als taak de spelers in deze groei naar zelfstandigheid te begeleiden.”

Niet alleen de spelers, maar ook de trainers en ouders worden hierbij betrokken. “De Feyenoord Academy heeft een programma ontwikkeld om deze doelstelling te realiseren. Dit programma is gericht op de trainers, ouders en de spelers en wordt gefaseerd ingevoerd. Alle spelers worden ondersteund in hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor willen wij een klimaat bij de club creëren waarbinnen ontwikkeling, discipline, hard werken, samenwerken en het nemen van verantwoordelijkheid normale zaken zijn. De Feyenoord-opleiding heeft dezelfde belangen als de ouders van de spelers. Daarom betrekken wij de ouders actief bij de manier waarop Feyenoord de spelers naar zelfstandigheid begeleidt. De Feyenoord Academy wil dat ouders en trainers op één lijn zitten voor wat betreft de ontwikkeling van het kind.”

Oefenvormen

Tijdens de warming-up leggen de trainers de nadruk op het passen, trappen en bewegen (oefenvorm 1). Bij de één tegen één ondersteunde (en later de twee tegen één) Ulrich van Gobbel, volgend jaar de trainer van de verdedigers, de defensie (zie oefenvorm 3 & 4).

“Iedere jeugdspeler heeft een uniek en individueel plan“ -Art Langeler, hoofd jeugdopleiding PSV

De jeugdopleiding van PSV heeft vier sterren, de hoogste status die door de KNVB wordt toegekend. Op de Herdgang trainen dagelijks tientallen talenten om hun droom, profvoetballer worden, te realiseren. Het Onder 17-team van PSV gaf onder leiding van hoofd jeugdopleiding Art Langeler een demonstratie.

Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Gerrit van Keulen

Het is druk op en rond het kunstgrasveld van PEC Zwolle als Art Langeler tijdens het Nederlands Trainerscongres een demonstratietraining geeft aan de spelers van PSV O17. Ongeveer veertienhonderd trainers van prof- en amateurclubs uit het hele land luisteren op de tribune ontspannen maar aandachtig naar zijn verhaal over de ommezwaai die PSV twee jaar geleden maakte. Binnen de lijnen werken 22 spelers zich onder het toeziend oog van een groot aantal jeugdtrainers van PSV in het zweet.

“Bij PSV schenken we (nog) meer aandacht dan voorheen aan onze jeugdopleiding”, vertelt Langeler, die hoofd jeugdopleiding is bij de club uit Eindhoven. “Natuurlijk zullen we spelers blijven kopen, maar we willen dat meer spelers via de jeugdacademie het eerste halen. Daarnaast willen we de beste jeugdopleiding van Nederland hebben op het gebied van spelers, trainers én faciliteiten. Zonder daarbij afbreuk te doen aan onze unieke PSV-waarden. Dit seizoen betaalde die visie zich al uit: we werden kampioen met het jongste team ooit en nooit eerder zaten er zoveel zelf opgeleide spelers in de selectie.”

Optimale begeleiding

Hij zegt het vol trots, zoals hij met genoegen het grote aantal trainers op het veld bekijkt. “Op dinsdag en donderdag staan we bij dit team geregeld met tien trainers op het veld. Dat lijkt veel, en dat is het ook, maar op die wijze kunnen we de spelers maximale begeleiding bieden.”

Langeler heeft vandaag een liniegerichte training op het programma staan. Voor iedere linie zijn er drie tot vier trainers beschikbaar die de oefeningen regelmatig stilleggen om de spelers uitleg en feedback te geven. Soms worden daarbij videobeelden getoond van de betreffende actie. “Wij proberen zoveel mogelijk te filmen”, vertelt Langeler. “Spelers kunnen dan direct zien wat er gebeurd is. Ze leren daar ontzettend veel van, beelden maken immers sneller iets duidelijk dan woorden. En omdat onze video-analisten op de hoogte zijn van de verbeterpunten van iedere speler, weten ze waar ze op moeten letten tijdens het filmen.”

Tijdens de demonstratietraining blijkt het effect van deze aanpak. Bij de training van de aanvallers is één van de spitsen te laat om een dieptepass te kunnen afronden. De oefening wordt direct stilgelegd en duidelijk hoorbaar voor het publiek legt spitsentrainer Mart van Duren de speler uit wanneer hij zijn loopactie had moeten maken. Op een tablet laat de oudprofvoetballer van onder andere PSV, FC Den Bosch en FC Groningen zien wat hij bedoelt. Amper tien minuten later is de blijdschap groot, als de betreffende aanvaller tijdens het afsluitende partijspel precies op het juiste moment een loopactie in de diepte maakt en vervolgens prachtig weet af te ronden.

Voetbaldilemma’s

Voor Langeler zijn dit de mooiste momenten. “Het is geweldig als je direct resultaat ziet. Maar we staan slechts twee keer per week met zo’n grote groep trainers op het veld. Enerzijds is dat een financiële kwestie, maar het is ook omdat we onze jeugdspelers niet willen overvoeren met feedback. Ieder mens, en dus ook een jeugdige voetballer, kan slechts een beperkte hoeveelheid informatie opnemen. Daar houden we beslist rekening mee.”

Langeler legt uit welke visie PSV heeft op de leeftijdsgroep O17, die op dat moment op het veld van PEC Zwolle hun talent toont. “Kinderen in de leeftijd van veertien tot zestien jaar zijn prima in staat de tactische kant van het voetbal te leren kennen. Wij laten hen leren door ervaringen en proberen de speler(s) constant uit te dagen om zelf oplossingen te verzinnen voor allerlei voetbaldilemma’s. Soms maken we iemand verantwoordelijk voor de veldbezetting en de uit te voeren tactiek. De speler bepaalt dan als het ware hoe er gespeeld gaat worden. Natuurlijk gaat dat weleens ten koste van het resultaat, maar wij vinden dat ondergeschikt aan het leerproces. Spelers moeten zich thuis voelen bij ons en veilig. Alleen dan durven ze fouten te maken, en die móeten ze maken, want daarvan leren ze het meest.”

Persoonlijk voetbalplafond

Tot welke leeftijdscategorie de jeugdspelers bij PSV ook behoren, voor iedereen geldt dat er naast de groepstrainingen ook een individueel programma is, met daarin alle fysieke, tactische en technische aspecten van het voetbal. Gericht op het bereiken van zijn persoonlijk voetbalplafond.

“Iedere jeugdspeler van PSV wordt opgeleid om het eerste te halen”, zegt Langeler. “Alle spelers hebben een uniek en individueel plan, waarin de doelen en de ontwikkeling van de speler zijn vastgelegd. Dit wordt nauwlettend gemonitord door een uitgebalanceerd team van specialisten met verschillende achtergronden. Vier keer per jaar vindt er een voortgangsgesprek plaats, waarin de ontwikkeling van de speler wordt besproken en actieplannen worden bijgesteld.”

Bij jeugdspelers tot twaalf jaar is het voortgangsgesprek een vrij directief gesprek, waarbij vooral de trainer aan het woord is. Maar naarmate de spelers ouder worden, verwacht PSV steeds meer van de speler zelf. Langeler: “Wij geloven sterk in eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Van oudere spelers verwachten we, dat hij zelf de sterke en minder sterke punten van zijn spel kan benoemen. En vooral dat hij met ideeën komt om zijn spel te verbeteren en zijn ontwikkeling niet te laten stagneren.”

Langeler sluit af met een mooi voorbeeld. “Laatst zei een veertienjarige middenvelder van onze academie dat hij graag eens met Mark van Bommel wedstrijdbeelden van zichzelf wilde terugkijken. Wij vonden dat een prima idee, maar vertelden hem ook dat hij dat zelf moest proberen te regelen. Na een paar weken kwam hij langs om te vertellen dat hij met Van Bommel achter de laptop had gezeten en dat hij er ontzettend veel van geleerd had. Prachtig toch?”

“Ik heb geleerd vastberaden te zijn” - Cocu volgt De Boer op, AZ onttroont Feyenoord

Zoals jaarlijks het geval is werden ook tijdens deze editie van het Nederlands Trainerscongres weer vier Rinus Michels Awards uitgereikt. Maar er was een verrassing voor Guus Hiddink: hij kreeg een vijfde award uitgereikt, de zogenaamde oeuvre award voor zijn gehele trainersloopbaan.

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Guus Hiddink is een ambassadeur voor het Nederlandse trainersgilde. Als trainer behaalde hij successen met o.a. PSV (o.a. het winnen van de Europa Cup I in 1988), het Nederlands elftal (halve finale WK 1998), Real Madrid (winnen van de Europa Cup I in 1999) en Zuid-Korea (halve finale WK 2002). Uit handen van de voormalig voorzitter van de CBV, Leo Beenhakker, kreeg Hiddink de oeuvre award. De huidige bondscoach was verguld met de waardering die hij kreeg van de commissie die vond dat deze prijs hem toekwam. “Dit is de waardering van mensen die de sport een warm hart toedragen”, reageerde de Achterhoeker. “Ik ben er geëmotioneerd van. In het voetbal draait het niet alleen om titels of deelnames aan EK’s of WK’s”, voegde hij eraan toe.

Phillip Cocu

Zijn eerste seizoen als hoofdtrainer was vorig jaar niet de makkelijkste. Een jaar later staat PSV-trainer Phillip Cocu met de kampioenschaal en werd daardoor genomineerd voor een Rinus Michels Award. Zijn concurrenten: Ruud Brood (N.E.C., kampioen in de Jupiler League), Ron Jans (PEC Zwolle, play-offs en finale KNVB beker behaald), Peter Bosz (Vitesse) en Fred Rutten (Feyenoord).

Het was Cocu die, mede door de overmacht waarmee zijn ploeg de titel behaalde, er met de award vandoor ging. Hij volgde hiermee Ronald Koeman (2013) en Frank de Boer (2014) op. Uit handen van zijn ‘leermeester’ Guus Hiddink kreeg de PSV-trainer de award. “Phillip en ik gaan ver terug”, blikt Hiddink terug. “Ik was jeugdtrainer bij De Graafschap en ik kwam een jochie met een tasje tegen: Phillip. We hebben veel meegemaakt en ik ben blij dat hij deze award krijgt.”

Cocu zelf was ook vereerd met de onderscheiding. “Ik wil de club bedanken voor de kans die ik heb gekregen als trainer. Ik heb niet voor de makkelijke weg gekozen. Ik had wat aanloop nodig, maar ik heb geleerd vastberaden te zijn en het is prettig dat je steun krijgt van de mensen om je heen.”

Vorig jaar was er de nodige kritiek op de trainer. PSV was één van de voornaamste titelkandidaten, maar maakte het niet waar. Cocu blikt ook daar nog even heel kort op terug. “Het eerste jaar was een roerig jaar, maar wij bleven als staf rustig. Dan is het mooi dat ik nu de erkenning van mijn collega-trainers krijg.”

Jeugdopleidingen

Bij de amateurs wordt de Rinus Michels Award voor beste jeugdopleiding gezien als stimuleringsprijs. Be Quick, DVS’33, AFC Amsterdam, Quick, UNA en Helden werden door de jury genomineerd. De technische staf van de KNVB verkoos uiteindelijk DVS’33 uit Ermelo tot winnaar. Bij de BVO’s was het Feyenoord dat de afgelopen jaren met de prijs terugging naar Rotterdam-Zuid. Ook dit jaar behoorde Feyenoord weer tot de kanshebbers. Samen met Ajax, PSV en AZ streed Feyenoord voor de vijfde titel op een rij. De jury hanteerde voor het verkiezen van de winnaar een aantal criteria. Naast de financiële mogelijkheden van de club wordt gekeken naar:

– Doorstroming naar het eerste elftal
– Doorstroming naar een andere BVO
– Levering aan nationale selecties
– Dagopleiding
– Aantal fulltimers
– Samenwerking met amateurclubs

Dit jaar was het niet Feyenoord, maar AZ dat zich een jaar de beste jeugdopleiding van Nederland mag noemen. Hoofd opleidingen Aloys Winker was dan ook erg trots met de onderscheiding. “We zijn enorm vereerd. We zijn gekozen door de andere BVO’s en die hebben een goed beeld van hoe de verschillende clubs werken. Het grote verschil bij ons is dat dit jaar meer jongens doorbreken naar het eerste elftal.”

Amateurtrainer van het jaar

Het leuke aan de award voor amateurtrainer van het jaar is dat de aanwezige VVON-leden zelf hun stem mogen uitbrengen tijdens het congres. Zij konden kiezen uit Jan Vlap (Harkemase Boys), Frans Koenen (RKHVV), Ron van der Gracht (Hollandia), Adrie Poldervaart (V.V. Zwaluwen), Ron Timmers (v.v. Dongen) en Erwin van Breugel (Blauw Geel ’38). Adrie Poldervaart (zie interview pagina 4) werd uiteindelijk door de aanwezigen tot winnaar van de Rinus Michels Award verkozen. De hoofdtrainer van de Hoofdklasser gaf aan dat dergelijke awards hem extra energie geven om alles te geven als trainer. “Hier ben ik enorm trots op. Ik doe het ook voor de waardering, dat is mijn grootste drijfveer. Volgend seizoen maak ik de overstap naar Barendrecht en dat is toch weer een stap omhoog”, sloot hij af.

Leo Beenhakker trad onlangs af als voorzitter van de CBV. Hij werd opgevolgd door Han Berger. Om hem te bedanken werd ‘Don Leo’ nog even extra in het zonnetje gezet. Hij zal zich volledig storten op zijn technisch directeurschap bij Sparta.

“Een betere voetballer door niet alleen maar te voetballen” - Rene Wormhoudt, conditie- en hersteltrainer van het Nederlands elftal

Eén van de onderdelen tijdens het Nederlands Trainerscongres was een demonstratie die René Wormhoudt gaf van zijn Athletic Skills Model. Met dit programma wil hij jonge sporters ontwikkelen tot veelzijdige goede bewegers. “Je kunt een betere voetballer worden door niet alleen maar te voetballen.”

Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Gerrit van Keulen

Rene Wormhoudt speelde in de jeugd bij Ajax, was jarenlang jeugdtrainer bij die club en is nu als conditie- en hersteltrainer werkzaam bij het Nederlands elftal. Zo zorgde hij er mede voor dat de spelers tijdens het WK van 2014 in Brazilië topfit waren. Maar het is niet alleen voetbal dat de klok slaat bij de tot fysiotherapeut opgeleide Wormhoudt. Als jonge sporter deed hij ook aan onder andere judo, basketbal en honkbal.

Athletic Skills

Model Wormhoudt is de grondlegger van het Athletic Skills Model (ASM), een programma dat als doel heeft jonge sporters te ontwikkelen tot veelzijdige en goede bewegers. Het ASM stelt zich de ideale ontwikkeling als volgt voor: eerst wordt een voetballer een allround beweger door meerdere sporten te beoefenen en pas later gaat hij zich specialiseren in één sport, in dit geval dus voetbal. “Het ASM is van mening dat je een betere voetballer kunt worden door niet alleen maar te voetballen”, zegt Wormhoudt. “Vroeg specialiseren zorgt voor een minder brede ontwikkeling van het atletisch vermogen. Het is daarom goed om als trainer ook andere motorische elementen Eén van de onderdelen tijdens het Nederlands Trainerscongres was een demonstratie die René Wormhoudt gaf van zijn Athletic Skills Model. Met dit programma wil hij jonge sporters ontwikkelen tot veelzijdige goede bewegers. “Je kunt een betere voetballer worden door niet alleen maar te voetballen.” Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Gerrit van Keulen “Een betere voetballer door niet alleen maar te voetballen” aan je spelers aan te bieden. Dan doel ik op de andere ‘grondvormen van bewegen’, zoals balanceren, stoeien, gooien, vallen, klimmen, zwaaien en glijden.”

Op de tribunes van het PEC Zwolle-stadion fronste menig trainer zijn wenkbrauwen. Je kon ze horen denken: allemaal leuk en aardig, maar ik ben al blij als ik mijn spelers twee keer per week op het trainingsveld heb voor een specifieke voetbaltraining. Wormhoudt kan zich die gedachte helemaal voorstellen. “Amateurtrainers hebben twee of hooguit drie keer per week de beschikking over hun spelers. De tijd die ze hebben, willen ze logischerwijs zo veel mogelijk aan voetbal besteden. Toch zijn er veel manieren om het ASM in een training te verwerken, bijvoorbeeld bij de warming-up.”

Frisbee, rugby en badminton

Wormhoudt demonstreert vervolgens een paar spelvormen, die ogenschijnlijk niets met voetbal te maken hebben. Zo wordt er een partijtje gefrisbeed, met een rugbybal overgegooid, die na een stuit moet worden gevangen en gebadmintond met een voetbal in plaats van een shuttle. “Bij deze oefeningen staat vooral de oog-hand coördinatie centraal,” zegt Wormhoudt. “Voor keepers is dat sowieso interessant, maar ook voetballers kunnen er hun voordeel mee doen. Een potje frisbeeën vergroot namelijk het ruimtelijk inzicht en het gebruik van je voetenwerk. Van het overgooien met een rugbybal die stuit leer je snel anticiperen op een veranderde situatie. Dat is voor iedere sporter belangrijk. Het verschil tussen top en subtop wordt tenslotte mede bepaald door het vermogen van de sporter om zich aan wisselende omstandigheden aan te passen.”

Er zullen niet veel amateurvoetbaltrainers zijn, die hun spelers aan het frisbeeën krijgen, zo is de verwachting. Toch kan het ASM hen goed van pas komen, legt Wormhoudt uit. “Iedere trainer krijgt te maken met afgelaste trainingen en wedstrijden of met een periode waarin de spirit in de groep een beetje is weggezakt. Je kunt dan thuisblijven, of gaan zaalvoetballen, maar ons model geeft een trainer ook de kans om met zijn spelers een keer iets anders te doen. Het programma biedt alternatieven voor andere fysieke prikkels, die prima zijn voor zowel de ontwikkeling van het individu als de teamspirit.”

Wormhoudt pleit overigens niet alleen voor een afwisseling in de trainingsvormen, maar ook voor wisseling in de ondergrond waarop wordt gespeeld en getraind. “Ik ben niet voor of tegen kunst- of natuurgras, ik ben tegen het eenzijdig gebruik ervan. Door afwisselend op gras, kunstgras, de straat, in de zaal of op zand te spelen, wordt het aanpassingsvermogen beter ontwikkeld.“

Jonge leeftijd

Wormhoudt benadrukt dat het beste resultaat bereikt wordt door kinderen op jonge leeftijd met het programma te laten starten. Uit onderzoek van de universiteit van Chicago is namelijk gebleken, dat kinderen die één sport doen tweemaal zoveel kans hebben op overbelasting en blessures dan kinderen die meerdere sporten doen.

Hij somt nog een positief effect van veelzijdige lichaamsontwikkeling op. “Het is bewezen dat kinderen die zich vroeg specialiseren eerder willen stoppen met hun sport. Dit komt vooral door de eenzijdige fysieke belasting en trainingsbeleving. Bij veel voetbalverenigingen vraagt men zich af hoe ze de kinderen van met name dertien tot vijftien jaar voor het voetbal kunnen behouden. Het antwoord is simpel: houd het leuk! Door gestructureerd te spelen met variatie, uitdagingen en plezier.”

Volgens de conditie- en hersteltrainer is er wel een aantal zaken dat een trainer altijd in ogenschouw moet nemen bij het gebruik van het ASM “Kinderen leren vooral door dingen na te doen, dus trainers moeten de oefeningen zelf goed kunnen uitvoeren. Een goede uitleg is ook belangrijk, omdat spelers anders denken: ik zit toch op voetbal, waarom moet ik dit doen? Minstens zo belangrijk is, dat krachttraining op jonge leeftijd zeer onverstandig is. Laat kinderen vooral gebruik maken van hun eigen lichaamsgewicht. Op elkaars rug paardje rijden, stoeien met of zonder bal, opdrukken, het zijn hele simpele oefeningen, maar heel goed voor de ontwikkeling van ieder kind.”

Wormhoudt is overigens wel van mening dat het van essentieel belang is om op jonge leeftijd veelvuldig in contact te komen met technische vaardigheden van de uiteindelijke sport. “Op zes- en zevenjarige leeftijd pikken kinderen technische vaardigheden extra snel op. Dit geldt ook voor de leeftijd van tien tot twaalf jaar. Wanneer een kind in deze periodes nauwelijks voetbalt, is het waarschijnlijk dat hij of zij op latere leeftijd een technische achterstand heeft op anderen die dit wel hebben gedaan. Een vroege betrokkenheid bij voetbal is dus zeer gewenst en misschien wel noodzakelijk om de top te halen.”

Kracht en lichaamsbalans

Op het veld zijn op dat moment een aantal jeugdspelers van PEC Zwolle bezig met diverse oefeningen. Zo zien we voetballers in opdrukhouding die met hun hoofd een bal langs een parcours van pionnen proberen te krijgen. Elders zijn twee spelers een bal in diezelfde opdrukhouding aan het over koppen en verderop staan twee spelers met de voet op de bal, terwijl ze elkaar van de bal af proberen te duwen. En in de middencirkel zit een speler op handen en knieën gebogen over een bal, waarbij een andere speler ervoor moet zorgen dat hij die speler tegen de bal aandrukt. Het ziet er allemaal speels uit, maar Wormhoudt benadrukt nogmaals het belang. “Kracht en lichaamsbalans spelen een bepalende rol in het moderne voetbal. Een voetballer krijgt op het moment dat hij de bal wil trappen of koppen vaak een duwtje. Als hij daardoor uit balans raakt kan hij minder zuiver mikken. Of erger: verkeerd neerkomen en geblesseerd raken.” Wormhoudt sluit zijn demonstratietraining af met een circuit waarin, zo zegt hij, alle voor voetballers van belang zijnde spiergroepen aan bod komen. De spelers moeten achtereenvolgens: achteruit kruipen, door ringen springen, een koprol maken, met een bal langs pionnen dribbelen, de bal inpassen, een drietal radslagen maken, met behulp van een stok met de bal zigzaggen tussen een aantal pionnen, dezelfde route kruipend afleggen waarbij ze de bal met de hand meenemen en tenslotte naar een finish sprinten. “Zeg nou zelf, een hartstikke leuke oefening om een training mee te beginnen, toch? Haast ongemerkt gebruik je alle spieren, het leidt vanzelf tot een onderlinge competitie en het staat in ieder geval garant voor een hoop lol.”

“Druk zetten, de bal veroveren en razendsnel omschakelen” -Andries Ulderink, trainer Jong Ajax

Bij Ajax hebben ze meestal vaker dan de tegenstander de bal. Behalve bij Jong Ajax, daar is de opponent regelmatig de bovenliggende partij. Trainer Andries Ulderink leert zijn spelers met dat gegeven om te gaan. “Op het juiste moment druk zetten, de bal veroveren en dan razendsnel omschakelen, daar draait het om.”

Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Gerrit van Keulen

Het aantal schoten op doel, de afgelegde afstand per speler, de hoeveelheid (succesvolle) passes, statistieken krijgen in het voetbal steeds meer aandacht. Ook het percentage balbezit wordt iedere wedstrijd nauwkeurig bijgehouden. Bij de eftallen van Ajax is dat percentage vaak in Amsterdams voordeel. Andries Ulderink (45) is trainer van het in de Jupiler League spelende Jong Ajax. Bij wedstrijden van zijn team heeft de tegenstander regelmatig de overhand. Samen met zijn assistent Jaap Stam liet hij bij het Nederlands Trainerscongres in Zwolle zien hoe in de hoofdstad met die situatie wordt omgegaan. “Voor de demonstratietraining hebben we gekozen voor het neerzetten van de verdedigende organisatie”, vertelt Ulderink, die in het verleden onder andere trainer bij De Graafschap, Go Ahead Eagles en AGOVV was. “Het accent ligt daarbij op de omschakelmomenten. Ajax staat bekend om zijn aanvallende spelstijl, zowel in de jeugd als met het eerste domineren wij vaak. Maar bij Jong Ajax ontmoeten we nog wel eens tegenstanders die sterker zijn. Iets dat het eerste meemaakt bij Europese wedstrijden en O19 bij de Youth League. De verdedigende organisatie is dan erg belangrijk. Op het juiste moment druk zetten, het duel winnen en de bal veroveren en dan razendsnel omschakelen, daar draait het om.”

Partijvormen

Om zijn spelers op die gebieden te ontwikkelen, gebruikt Ulderink veel partijvormen zes-tegenzes, acht-tegen-acht en elf-tegen-elf. Ulderink en Stam hameren daarbij voortdurend op de samenwerking tussen de verschillende linies. Via zijn microfoon zijn de aanwijzingen die Ulderink aan de spelers geeft op de tribune goed te volgen. ‘Nu moet je kort zitten’, ‘dwing hem naar de buitenkant’, ‘geef rugdekking’ en ‘let erop dat je de pass binnendoor voorkomt’, zijn instructies die over het Zwolse kunstgras klinken.

“We proberen de tegenstander een kant op te dwingen”, vervolgt hij. “Zodat we ze vast kunnen zetten en de bal kunnen veroveren. We leren de spelers te herkennen op welke momenten ze kort moeten dekken en wanneer ze hun tegenstander wat ruimte kunnen geven.” Ulderink noemt daarbij de positie van de nummer zes (de verdedigende middenvelder) als voorbeeld. “Die moet zich niet uit het centrum laten weglokken en té snel doordekken. Hij mag pas druk zetten als hij merkt dat hij zijn tegenstander kan dwingen de bal naar de buitenkant te spelen. Lukt dat, dan moet hij daarna zo positie kiezen dat de bal niet naar de spits of aanvallende middenvelder van de tegenpartij kan worden gespeeld.”

Binnendoor Ook over de verdedigende rol van de vleugelverdedigers is Ulderink duidelijk. “Zij moeten de buitenspeler zo veel ruimte geven dat die ingespeeld kan worden. Maar wel op een manier dat ze daarna gelijk kort kunnen zitten om hem richting de zijlijn te duwen. Die vleugelspits mag vervolgens nooit binnendoor komen en ook een pass binnendoor moet onze vleugelverdediger zien te voorkomen. Net als een voorzet. Eigenlijk mag die buitenspeler maar twee opties hebben: het een-tegen-een duel opzoeken of de bal terugleggen op één van zijn verdedigers.”

De keeper en twee centrale verdedigers spelen een cruciale rol in het neerzetten van de organisatie. “De centrale verdedigers moeten niet alleen de spits uitschakelen, maar ook rugdekking aan elkaar en de beide vleugelverdedigers geven. Verder dienen zij in samenwerking met onze middenvelders de diepgaande mensen van de tegenstander op te pakken en veel te coachen. Dit geldt ook voor de keeper. Naast het verwerken van voorzetten en het tegenhouden van de ballen is hij verantwoordelijk voor het geven van leiding aan zijn defensie.”

Minstens zo belangrijk als het neerzetten van een goede verdedigende organisatie is de wijze waarop zijn spelers omgaan met het moment waarop de bal wordt veroverd. Ulderink en Stam besteden veel aandacht aan de omschakeling van verdediging naar aanval. “Vaak duurt het een paar seconden, maar wij willen dat onze spelers direct omschakelen. Binnen tien tot vijftien seconden moeten we bij het doel van de tegenpartij zijn. Onze doelverdediger moet zo positie kiezen dat hij aanspeelbaar is en voor een voetballende voortzetting kan zorgen, het liefst via één van onze vleugelverdedigers. Van hen verlangen wij, dat ze in hoge snelheid naar voren sprinten, terwijl ook de centrale verdedigers vooruit moeten stappen. De middenvelders en aanvallers tenslotte moeten in beweging komen om ruimte te maken voor een ander of om zelf de bal te ontvangen. Vooral dat laatste luistert nauw, want soms zie je teveel spelers tegelijk in de bal komen. Wij leren ze om bewust weg te lopen en ruimte te maken voor hun medespelers.”

Tijdslimieten

Ulderink werkt tijdens de training geregeld met tijdslimieten, waarbij de aanvallende partij bijvoorbeeld binnen 45 seconden een serieuze doelpoging moet wagen (zie oefenvormen). “Het is een prima hulpmiddel bij oefeningen zoals deze, waarbij de nadruk lag op een snelle omschakeling. Je dwingt spelers daarmee om snel te reageren op een veranderde situatie. En als je een maatregel verzint voor als het niet lukt, zoals het toekennen van een vrije bal aan de andere partij, dan doen ze nog meer hun best, haha.”

WE PROBEREN DE TEGENSTANDER EEN KANT OP TE DWINGEN

Tot slot heeft Ulderink nog een tip voor zijn collega-trainers. “Bij Jong Ajax hebben we elke week te maken met wisselingen in de selectie. Spelers gaan op pad met nationale elftallen, uit de A-selectie krijgen we spelers die geblesseerd zijn geweest en bij ons de draad weer oppakken en er schuiven jongens door vanuit de jeugdopleiding. Dat is wel eens lastig, maar veranderen kan ik het niet. Wij lossen het op door de wedstrijdtactiek vaak per linie te bespreken. In kleine groepjes krijg je meer aandacht. Al is het natuurlijk een voordeel dat alle teams bij Ajax met dezelfde intentie en hetzelfde systeem voetballen.”