Geplaatst op 6 april 2017

Jaargang 25 – nr. 3 – juni 2016

Van de voorzitter

Wanneer deze uitgave van “De TrainerCoach” op uw deurmat valt is het EK voetbal in Frankrijk in volle gang. Wij zijn er helaas niet bij. De KNVB heeft de uitschakeling van ons Oranje, maar ook de magere internationale resultaten van ons clubvoetbal, aangegrepen om een nieuw Masterplan te schrijven. Het laatste Masterplan (auteur Louis van Gaal) stamt uit 2001, en dus lijkt het niet zo vreemd om vijftien jaar later ons opnieuw te bezinnen en onszelf een spiegel voor te houden.

In de afgelopen anderhalf jaar is onder leiding van Jelle Goes, Technisch Manager KNVB, hard gewerkt aan een plan met concrete aanbevelingen die uiteindelijk moeten leiden tot een continue doorstroming van talenten met als primaire doel een versterking van de positie van het Nederlands clubvoetbal en de nationale selecties. Belangrijk is om te vermelden dat daarbij het amateurvoetbal zeker niet is vergeten. Sterker nog, het plan (zie website KNVB) met de titel “Winnaars van morgen” kent een aantal concrete aanbevelingen die specifiek het amateurvoetbal gaan raken en hopelijk uiteindelijk ons (amateur)voetbal gaan versterken en verbeteren.

Wellicht de meest ingrijpende aanbeveling voor met name de verenigingen is het aanpassen van de bestaande wedstrijdvormen bij het pupillenvoetbal (F t/m D). We gaan straks (seizoen 2017/2018), naar 2v2, 4v4, 6v6, 8v8 en uiteindelijk naar 11v11 als wedstrijdvorm. Je zou kunnen zeggen dat we het straatvoetbal van vroeger (kleine partijtjes) gaan vertalen naar de huidige tijd, maar dan op het (kunstgras)veld. Een andere aanbeveling is om m.b.v. KNVB kader-coaches 41.000 jeugdtrainers en –coaches op te leiden. Dit moet bijdragen aan het verminderen van het grote aantal incompetente trainers en jeugdleiders bij de jeugdteams in het amateurvoetbal. Ook de reguliere trainer-coach opleidingen worden niet vergeten. Zo zal de UEFA A opleiding meer op maat worden gemaakt voor de cursist, komt er een logische en verbeterde leerlijn van UEFA C t/m UEFA A en komt er een UEFA B-jeugd opleiding (we hebben al UEFA C en UEFA A jeugd). Ook komen er nieuwe in-, door- en uitstroomeisen voor alle trainer-coach opleidingen en zullen er hogere eisen gesteld gaan worden aan de bijscholingen.

Uiteraard hebben wij als VVON bij de KNVB aangegeven betrokken te willen worden bij de uitvoering van dit Masterplan. Met name daar waar het gaat over aanpassingen en verbeteringen die de trainercoach aangaan. Mede gelet op het feit dat ik namens de VVON zitting heb gehad in de klankbordgroep m.b.t. de totstandkoming van dit Masterplan, heb ik er alle vertrouwen in dat de KNVB onze inbreng en ideeën op waarde zal schatten. Ook de aangekondigde, en door de VVON gewenste, aanstelling van een Technisch Directeur bij de KNVB stemt de VVON tevreden. Wanneer vervolgens ook nog serieus werk wordt gemaakt van het uitbannen en serieus bestraffen van beunhazerij in ons trainersvak dan zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Tot slot wil ik nogmaals Wilfred van Leeuwen feliciteren met het winnen van de Rinus Michels Award voor beste amateurtrainer 2015/2016. Zijn prestaties in het bekertoernooi met VVSB sprongen uiteraard het meest in het oog. Maar Wilfred is iemand die al meerdere jaren zijn sporen in het amateurvoetbal en bij ADO Den Haag en Sparta Rotterdam heeft verdiend. Een prima winnaar dus. Ook veel dank en waardering voor de bijdrage van Adrie Poldervaart met zijn Barendrecht. Een prima velddemonstratie die door vele collega’s als zeer positief is gewaardeerd. Wat mij betreft een goede keuze om een amateurtrainer een demonstratie te laten verzorgen tijdens het congres. Wie volgt?

Ik wens u een mooie en zonnige vakantie toe.

Arnold Westen

 

“Al drie jaar dezelfde kapstok”

Het was een jaar vol voetbalhoogtepunten voor Wilfred van Leeuwen, hoofdtrainer van Topklasser VVSB. Plaatsing voor de Tweede Divisie, halve finalist in de KNVB beker en als klap op de vuurpijl won hij de Rinus Michels Award voor de beste amateurtrainer. “We hebben succes, omdat we al drie jaar hetzelfde doen.”

Wanneer je als amateurtrainer landelijke bekendheid krijgt, dan moet er heel wat gebeuren. Het bekersucces van VVSB, waarin onder andere profclubs als FC Emmen en FC Den Bosch werden verslagen, zette de club, ploeg en trainer van Noordwijkerhout nadrukkelijk op de kaart.

Het was één van de hoogtepunten van VVSB, maar vanzelf ging het niet. “Steeds kwamen we weer een ronde verder. Je kunt het seizoen op fysiek vlak periodiseren en dat doen we ook, maar op mentaal vlak is het een ander verhaal. We hebben ook mentaal moeten periodiseren. Elk duel vroeg wat anders van de ploeg. We hebben succes, omdat we al drie jaar hetzelfde doen. We werken al die tijd met dezelfde kapstok, zowel qua speelwijze als hoe we met elkaar omgaan. Dat heeft ons er doorheen geholpen. Mentaal periodiseren is het moeilijkste dat er is, want je moet je elk duel volledig opladen vanwege de belangen die op het spel staan.”

Invloed van de beker

Het werd een waar bekersprookje voor VVSB. Na de zege op FC Den Bosch evenaarde de ploeg uit Noordwijkerhout de prestatie van IJsselmeervogels door als amateurclub de halve finale te bereiken. Een geweldige prestatie, maar het trok ook een wissel op de ploeg. “We hebben ons best gedaan om het bekertoernooi geen grote rol te laten spelen in de competitie, maar blessures en een kaartenlast gaan meespelen. We prijzen ons gelukkig dat we al drie jaar weinig blessures hebben, maar de kaartenlast was een ander ding. Een kaart in de competitie betekent namelijk een schorsing in het bekertoernooi. Daar houden spelers in het onderbewuste toch rekening mee. Een speler houdt zich misschien onbewust in als de halve finale van de beker eraan komt.”

En hoe houd je de spelers gefocust wanneer er zoveel media-aandacht op je afkomt? “Dat hebben we lang kunnen weghouden bij de spelers. Tegen Rijnsburgse Boys was een mooie wedstrijd, maar gebeurde er niet veel. Toen kwamen Emmen en Capelle en dat viel ook mee, maar rondom FC Den Bosch werd het een gekkenhuis. Na de gewonnen wedstrijd tegen Den Bosch heb ik gezegd dat ze het maar moesten laten gebeuren en van het moment moesten genieten. Ze mochten overal ‘ja’ op zeggen, maar zondag moest de focus op de competitie. Dat is door het seizoen heen wel beter gegaan. Toch gaat dat niet vanzelf en daar heb je elkaar voor nodig.”

“De rol van mij als trainer is daarin vooral observeren”, vervolgt hij. “Ik zeg wat ik zie, maar dat hoeft niet meteen de waarheid te zijn. Ik deel met de spelers wat ik zie en als ik zie dat jongens in mijn ogen anders moeten reageren op een bepaalde vorm van aandacht, dan praat ik er met hen over. Dat was echter niet of nauwelijks aan de orde. Iedereen heeft zijn moment gepakt, maar wist ook zijn plek. Samen met het bestuur hebben we dat in goede banen geleid, helemaal in aanloop naar het duel met FC Utrecht. We wilden het niet als schoolreisje ervaren en wilden er een wedstrijd van maken. Daar heb je focus voor nodig en moet je soms dingen weghalen bij spelers.”

Pieken Toch

wist VVSB te pieken in het bekertoernooi en tijdens de wedstrijden die op de bekerduels volgden. Hoe zorgt Van Leeuwen daarvoor? “Bij VVSB en ook de andere clubs waar ik heb gewerkt, ben ik snel duidelijk geweest hoe we spelen en hoe we met elkaar omgaan. Mijn filosofie is dat je alles met elkaar moet delen. Wees open en eerlijk naar elkaar. Wat kan je van elkaar en wat kunnen spelers van mij verwachten? Met de speelwijze is dat hetzelfde. In drie jaar tijd hebben we ons alleen tegen FC Utrecht aangepast. Ze spelen een spel dat voor veel clubs lastig te verdedigen is. De kracht is dat je als trainer samen met jouw staf en groep een speelwijze ontwikkelt en niet traint op wat een tegenstander kan doen. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen de afgelopen drie jaar. VVSB bivakkeerde aan de onderkant van de Topklasse, maar de laatste jaren spelen we in de top-vijf en hebben we de halve finale van de beker gehad. Die kapstop geeft ons houvast.”

Het aanpassen tegen FC Utrecht werkte zeer goed. VVSB kreeg voor rust een grote kans en hield de subtopper uit de Eredivisie zeventig minuten lang op 0-0. “Tot vlak voor de goal geloofde ik dat we stand gingen houden. Ik keek naar de klok en zag minuut zeventig staan. Als we dat nog tien minuten zouden volhouden, dan gaat de klok in hun nadeel tikken. Na de eerste goal brak er wat en lag de tweede er snel in. Het is logisch dat je van FC Utrecht verliest, maar we kunnen trots zijn dat we zeventig minuten lang partij hebben geboden. Ze waren beter, maar ons bedachte plan heeft gewerkt. Dat is een compliment naar de spelers toe.”

Maar hoe wilde Van Leeuwen FC Utrecht tactisch bestrijden? “Normaal gesproken spelen we op een bepaalde manier tegen twee spitsen. Frank de Boer speelde met Ajax in een 3:4:3-systeem en wij maakten daar verdedigend een 5:3:2 van, omdat het kwaliteitsverschil te groot was. We hebben lang overwogen om het op onze eigen manier te doen, maar na het analyseren van de beelden leek ons dat niet verstandig. We hebben een buitenspeler opgeofferd voor een opkomende back. Zo hadden we altijd een overtal in het centrum tegen hun twee spitsen. Uiteindelijk is het de vraag hoe lang je het fysiek, maar ook mentaal volhoudt. We zakten in, moesten constant kantelen en de taak aan onze spitsen was om constant druk te geven.”

Kasteel

De hoofdtrainer van VVSB hecht ontzettend veel waarde aan goede communicatie en werken aan een hecht team. ‘Vertrouwen’ is dan het sleutelwoord en dat kan vaak alleen wanneer besproken zaken intern blijven. In teambuilding is communicatie en duidelijkheid essentieel, weet Van Leeuwen. Dat begint met het creëren van een sociaal veilige omgeving. “Bij alle clubs is dat voor mij hetzelfde verhaal: de kleedkamer is ons kasteel. Daarin moet we alles tegen elkaar kunnen zeggen. Alles blijft daar. Ons kasteel heeft dikke muren. Als we winnen, mogen mensen er bloemen neerleggen en als we verliezen mogen ze het proberen kapot te schieten. De basis is sociale veiligheid waarbij je elkaar de waarheid kunt vertellen. Dat is voor mij de voorwaarde om goed met elkaar te kunnen werken. Het is een proces. Door spelers vertrouwen te geven en met ze te praten, ook over andere dingen dan voetbal, groeit het vertrouwen. Zoiets lukt niet binnen een maand en duurt tot je uit elkaar gaat. Je moet spelers uitdagen om ze beter te maken. Dat doe ik bijvoorbeeld door ze inbreng te geven tijdens de trainingen. Inbreng door middel van vragen stellen, ze met elkaar te laten praten over voetbalsituaties. Dat leidt tot bijzondere gesprekken op het veld die het proces ten goede komen. We zien elkaar vier keer per week en hebben dus genoeg momenten om met elkaar te praten. Wel is het zo dat we met het eerste en het tweede samen trainen. Dat zijn samen 35 spelers die allemaal een vorm van aandacht verdienen. Als je (in willekeurige volgorde) beter gaat spelen, de sfeer beter wordt, de resultaten komen, dan helpt dat mee in het gehele proces.”

“Soms is het voor spelers niet even makkelijk om elkaar te vertrouwen”, vervolgt hij. “Je hebt te maken met veel persoonlijkheden en dat kan botsen. Toch moeten twee tegenpolen wel met elkaar een wedstrijd spelen. Daar praat je over en manipuleer je op trainingen. Je zoekt een bepaalde vorm waarin ze samenwerken of juist tegenover elkaar staan. Dat kan op honderd manieren. Je hebt als trainer ook niet achttien dezelfde persoonlijkheden nodig, want dat wordt niks.”

Prikkelen Dat communicatie van groot belang is, is duidelijk. Maar elke trainer heeft te maken met verschillende type spelers. Aanwezige jongens, introverte spelers. Hoe gaat hij daarmee om? “Bijvoorbeeld in de nabespreking hoor je sommige jongens niet. Die moet je prikkelen door vragen te stellen. Er zijn spelers die het moeilijk vinden en daar praat je op het veld of voor of na een wedstrijd mee. Dat is het ‘Fingerspitzengefuhl’ dat je als trainer moet hebben. Iedereen heeft een andere benadering nodig, maar ze moeten zich wel conformeren aan de afspraken die we gemaakt hebben.”

“De kennis van groepsdynamica is dan wel een vereiste”, vervolgt hij. “Dat leer je vaak door te ervaren. Je hebt trainers die jarenlang betaald voetbalervaring hebben, die hebben veel meegemaakt in de kleedkamer. En je hebt trainers die bijvoorbeeld uit het onderwijs komen en die al jaren op een hoog (amateur)niveau gewerkt hebben. Met een groep omgaan kun je leren door vlieguren te maken en jezelf te verdiepen in de materie. Je wordt niet zomaar uit de losse pols trainer, het is een vak als je het goed wilt doen. Bij mij begint het dat ik een aantal dingen van die jongens wil weten, zowel in hun privé- als werksituatie. Daar brengen ze immers meer tijd door dan op de club. Ook de gezinssituatie is belangrijk, want je werkt met mensen en niet met robots. Als je een menselijke trainer bent, krijg je dat terug van spelers. Alles wat spelers van elkaar weten, blijft ook binnen de muren van ons kasteel. Ook rottigheid die we bespreken blijft binnenskamers.”

Naast zijn praktijkervaring is Van Leeuwen ook opgeleid met het Action Type van Peter Murphy. “Dat is geen doel op zich, maar een middel om spelers beter te leren kennen. Dat hebben we in de jeugd van ADO Den Haag geïntroduceerd. Trainers vonden dat moeilijk. Er kwam wel eens een trainer bij me die zei dat een bepaalde speler weg moest, omdat hij het na honderd keer uitleggen nog niet snapte. ‘Kan het niet aan jouw manier van uitleggen liggen?’, vroeg ik dan. De ene speler moet je het voordoen en de ander leg je zaken op een bord uit. Elke speler is anders en leert op een andere manier. Als trainer is dat een mooie uitdaging om dat te achterhalen.”

Dip

Toch ging niet alles zoals gewenst bij VVSB. In de competitie volgde na het gelijkspel tegen Lienden een kleine dip. De eerder genoemde kapstok gaf de hele ploeg houvast. “Vorig seizoen hebben we ook een periode gehad dat we vier keer op rij verloren. Dat is niet makkelijk, maar uiteindelijk geeft de doorslag dat we al drie jaar hetzelfde blijven doen. We zijn niet anders gaan spelen, trainen of met elkaar omgegaan. Iedereen had vertrouwen dat het goed zou komen. Natuurlijk ontstaat er een gezonde twijfel als het even niet loopt, maar dat zet je met beide benen op de grond en houdt je scherp. Het zorgt ervoor dat je extra kritisch naar bepaalde zaken gaat kijken. Focus je niet op het resultaat van een wedstrijd, maar denk procesmatig. Ik heb geleerd om me niet te focussen op de stand van de ranglijst.”

Al drie jaar gaat het dus op een zelfde manier, maar de visie van Van Leeuwen was toch even wennen bij de club uit Noordwijkerhout. “Voorafgaand aan mijn komst heb ik een wedstrijd of zes gezien. Al vrij snel had ik gesprekken met spelers en wist ik hoe de groep eruit kwam te zien. Ik heb mijn manier van voetballen snel duidelijk gemaakt. In mijn optiek is iedereen op voetbal gegaan om de bal te hebben en niet om er achteraan te lopen. Dat is mijn vertrekpunt. Van oudsher werd hier de bal naar voren geschoten en vanuit de tweede bal gevoetbald. We willen een verzorgde opbouw creëren die begint met de gedachte dat als de keeper de bal heeft er wat moet gebeuren. Veel ploegen gaan al naar voren als de keeper de bal heeft. Bij ons zakken de centrale verdedigers uit, de backs wat dieper weg en lopen de middenvelders weg om vervolgens weer in de ruimte te komen. Met een roulerend middenveld proberen we dan de spitsen te bereiken. Hoe we dat precies doen, houd ik voor me, want dan hoeft de tegenstander geen analyse meer te maken”, lacht hij.

“Hoe je speelt heeft natuurlijk alles te maken met de type spelers waar je mee speelt”, vervolgt Van Leeuwen. “Kies je voor iemand aan de zijkant met wat meer creativiteit die naar het middenveld trekt of kies je voor echte buitenspelers? En in de spits heb je de keuze voor een sterk aanspeelpunt of een zwervende spits. We spelen in een 4:3:3-systeem, maar de invulling varieert. Verdedigend staan we één-tegen-één met een verdedigende middenvelder voor het centrale duo. Ik ben geen voorstander om drie spelsystemen erin te slijpen. We hebben een kapstok en in grote lijnen is duidelijk hoe we willen spelen. In details bespreken we dat later. Heel arrogant heb ik drie jaar geleden gezegd: ‘laat de tegenstanders zich maar aan ons aanpassen’. We wilden dominant zijn en dat was wel een cultuurschok hier. Er is zeker nog ruimte voor verbetering, maar die gedachte heerst er nu wel en dat is pure winst.”

Toekomst

Met een achtergrond bij Sparta Rotterdam en ADO Den Haag (zie paspoort) weet Van Leeuwen hoe het is om bij een BVO te werken. Is dat ook waar hij zichzelf in de toekomst ziet? “Vijf jaar terug heb ik mijn diploma Coach Betaald Voetbal behaald. Ik wilde me onderscheiden van de TC1-trainers, maar heb nooit de blinde ambitie gehad om in het betaalde voetbal te werken. De ambitie is er en het sterkte me ook dat iemand als Co Adriaanse zei dat er amateurtrainers zijn die meer uit spelers kunnen halen dan sommige ex-internationals. Het draait in de trainerswereld echter om kansen. Ziet een BVO het in jou zitten om wat neer te zetten en krijg je daar de tijd voor? Je creëert ook je eigen kansen, maar dat is niet altijd makkelijk in het voetbal. Het draait vaak om jouw status en cv als speler. Ik heb geen betaald voetbal gespeeld en sta dus met 1-0 achter. Toch heb ik me bij BVO’s en in de amateurwereld in verschillende functies bewezen. Ik sta er voor open, maar niet ten koste van alles.”

 

Innovatie en individuele training bij Vitesse

Marco van Ginkel en Davy Pröpper zijn op dit moment misschien wel de bekendste exponenten van de jeugdopleiding van Vitesse. Dat de club uit Arnhem regelmatig grote talenten aflevert bleek ook afgelopen december weer, toen Mitchell van Bergen tegen FC Twente de jongste debutant in het Vitesse-shirt ooit werd. Tijdens het Nationaal Trainerscongres gaf de club een kijkje in de keuken.”

Waar de buitenwereld vaak alleen maar oog heeft voor de gebeurtenissen rondom het eerste elftal van Vitesse, wordt binnen de club hard gewerkt aan de volgende generaties geel-zwarten. De Vitesse Voetbal Academie vormt dan ook een belangrijke levensader voor het eerste elftal. Eloy Room en Kevin Diks zijn basisspelers, maar ook de roots van Piet Velthuizen, Elmo Lieftink en Mohammed Osman liggen in de Arnhemse opleiding.

Inrichting academie

Om ook in de toekomst talenten te kunnen laten doorstromen naar het eerste elftal besteedt Vitesse veel aandacht aan de manier waarop spelers zich ontwikkelen. “Binnen onze opleiding lopen niet alleen trainers die zich slechts met één team bezighouden. Wij hebben ook een aantal specialistentrainers rondlopen die zich op elk niveau van de opleiding bezig houden met de verdedigers, middenvelders of aanvallers”, vertelt Gerry Hamstra, hoofd van de Vitesse Voetbal Academie, tijdens de demonstratie. “Daarnaast proberen wij bij het zoeken naar jeugdtrainers vooral te kijken naar mensen uit de eigen club. Zij moeten de clubcultuur bewaken. Zo hebben we met Nicky Hofs en Ruud Knol bijvoorbeeld twee echte clubmensen in de opleiding lopen.” Datzelfde kan uiteraard gezegd worden van Edward Sturing, die op dit moment de brug vormt tussen de opleiding en het eerste elftal.

Wetenschap en innovatie

Naast trainers heeft Vitesse ook vier wetenschappers binnen de academie rondlopen. “Wij denken niet dat wij zomaar theorie in de praktijk kunnen brengen. Maar we kunnen de praktijk wel terugbrengen naar de theorie. Peter Bosz vroeg zich vorig jaar af of zijn ploeg meer rust had in balbezit en of de tegenstander dan meer moest lopen. Onze analisten zijn daarmee aan de slag gegaan en uit de resultaten bleek dat dit niet het geval was.” DeTrainerCoach | 11 Maar Vitesse is niet alleen op het gebied van voetbalproblemen innovatief. “Wij vinden het heel belangrijk om het kijkgedrag van onze spelers te analyseren en te beïnvloeden. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat middenvelders die hun omgeving vooraf scannen de bal vaker vooruit spelen en ook vaker een succesvolle pass geven. Frank Lampard, Steven Gerrard en Xavi zijn bijvoorbeeld spelers die dit heel goed kunnen.”

Speciale brillen

Tijdens de demonstratie loopt één van de middenvelders met een speciale bril op, waarin een cameraatje zit. Zo kunnen de trainers na afloop van de oefening zien óf en waarheen de speler in kwestie zijn hoofd heeft bewogen. In een gesprek kan dan worden aangegeven wat de speler goed en wat minder deed. “Zo blijven we hameren op het ‘plaatjes scannen’. Voordat hij de bal ontvangt, moet de speler al gezien hebben waar de mogelijkheden liggen.”

Vitesse demonstreert daarnaast ook nog de zogenaamde stroboscoopbril. Met deze bril kunnen de trainers bepalen hoeveel de spelers nog kunnen zien. Twee spelers met deze bril op spelen de bal heen en weer. Dat lijkt een simpele oefening, maar dat valt tegen als je bijvoorbeeld de bal niet meer kunt zien. De stroboscoopbril neemt namelijk informatie weg, waardoor spelers gedwongen worden om te handelen op basis van hun intuïtie. “Spelers zijn gewend om naar de bal te kijken, maar als die niet meer zichtbaar is moeten ze een andere manier vinden om de bal goed aan te nemen en terug te spelen”, legt Hamstra uit. Een andere manier die Vitesse gebruikt om spelers intuïtiever te maken is het spelen van een positiespel zonder hesjes (oefenvorm 3). “Spelers worden dan gedwongen om eerst de situatie snel te scannen en te kijken waar je teamgenoten staan.”

Individuele oefeningen

Naast de normale groepstrainingen worden er in de academie ook individuele, geïsoleerde oefeningen gegeven voor verdedigers (oefenvorm 1, 2 & 6), middenvelders (oefenvorm 3 & 4) en aanvallers (oefenvorm 5 & 6). Vaak wordt er eerst individueel getraind op basis van de speelwijze. Daarna wordt dat verwerkt in wedstrijdechte oefeningen.

“Bij verdedigers kunnen we bijvoorbeeld werken aan hele elementaire dingen. Bij een simpele 1:1 oefening kunnen we spelers wijzen op hun houding tijdens dat duel en hoe ze ingedraaid moeten staan. Maar we kunnen er ook op hameren dat ze hun lichaam tussen de bal en de goal houden.”

Tijdens de demonstratie lag het accent bij de middenvelders op het scannen van de omgeving. Dat dit getraind kan worden met behulp van de speciale brillen demonstreerden de spelers al eerder, tijdens oefenvorm 4 komt er geen techniek aan te pas. De spelers worden simpelweg gedwongen om eerst om zich heen te kijken voordat de bal ontvangen wordt. “Dit gebeurt in eerste instantie door vooraf een kant aan te wijzen waar spelers naar moeten kijken voor de bal ontvangen wordt. Later kun je variëren door iemand achter het doel te zetten met twee kleuren hesjes. Wanneer bijvoorbeeld het rode hesje omhoog gaat moet de speler naar rechts kijken, bij het blauwe hesje naar links”, vertelt Hamstra. De aanvallers voerden een oefening uit die hen leerde de juiste loopactie te maken en vervolgens een snelle voorzet te geven. In oefenvorm 5 moeten de aanvallers steeds eerst de vooractie maken, in de bal komen, om vervolgens de bal in de diepte te vragen. In oefenvorm 6 wordt dit in de praktijk gebracht wanneer er een partijspel wordt gespeeld. Omdat de buitenspelregel geldt moet de aanvaller eerst in de bal komen om los te komen van zijn verdediger.

Deze oefeningen worden doorgaans gegeven na de reguliere trainingen. De meeste spelers zouden in die tijd liever nog een paar keer lekker op doel schieten weet Hamstra, maar ook daar is ruimte voor volgens hem. “Want plezier en ontwikkeling gaan altijd samen.”

 

 

Open passlijnen zoeken

Adrie Poldervaart won vorig seizoen als hoofdtrainer van Zwaluwen de Rinus Michels Award tijdens het Nederlands Trainerscongres. De huidige coach van Topklasser Barendrecht werd destijds verkozen tot beste trainer van het amateurvoetbal. Dit jaar stond hij tijdens het Trainerscongres opnieuw op het veld van het PEC Zwolle-stadion. Niet om zijn titel te verdedigen, maar om een demonstratietraining te verzorgen. Hij liet zijn spelers open passlijnen zoeken.

Barendrecht eindigde het seizoen als vijfde, waardoor promotie werd afgedwongen naar de nieuw te vormen Tweede Divisie. Dat deed de ploeg met een voetbalvisie waarin het positiespel een belangrijke rol speelt, zo bleek ook tijdens het Trainerscongres. Trainer Poldervaart gaf de aanwezige trainers een kijkje in zijn keuken door zijn spelers tijdens een training open passlijnen te laten zoeken. Dit deed de oefenmeester onder andere in een pass- en trapvorm en een positiespel. De doelstelling van de training was: coördinatie en actieve stabiliteit (onderste extremiteit) en het spelen op balbezit tussen de linies. “Spelers moeten tijdens wedstrijden met elkaar bezig zijn om lijnen open te maken”, zei Poldervaart. “Dat is goed te trainen met behulp van diverse oefenvormen.”

Trainingsopbouw

Voordat de oefenmeester het eerste elftal van Barendrecht aan de training onderwierp, legde hij de trainingsopbouw van zijn oefensessie uit. “De training begint met een rondo, waarin de spelers vijf tegen twee of zes tegen twee spelen. Het doel van deze vorm is dat het overtal de bal tussen het tweetal door speelt, terwijl de afpakkers veel druk zetten. Vervolgens trainen we de stabiliteit en de coördinatie aan de hand van loopvormen en richtingsveranderingen en met gewichten. Na deze stabiliteitsvormen pakken de spelers de rondo’s weer op. Tussendoor aan de stabiliteit werken, is puur preventief”, vervolgde de hoofdtrainer van Barendrecht, die in het dagelijks leven fysiotherapeut is bij Eredivisionist Excelsior. “Vervolgens pakken we een pass- en trapvorm onder weerstand op, om af te sluiten met een positiespel zeven tegen zeven met één vrije man en twee keepers. De vrije man en de keepers horen bij het team dat in balbezit is, waardoor er in feite tien tegen zeven gespeeld wordt. In het veld staan ‘poppen’ als extra weerstand.”

Sneller handelen

Poldervaart vindt dat spelers in het veld steeds meer en sneller moeten nadenken: het brein speelt volgens hem een grote rol. “Spelers komen steeds vaker in situaties terecht waarin zij snel een keuze moeten maken: moet een speler de bal vasthouden, zodat medespelers kunnen bijsluiten, of is de bal snel doorspelen een betere oplossing? Het spel gaat steeds sneller en het vrijkomen speelt een steeds belangrijkere rol als je tot verzorgd positiespel wilt komen”, zei Poldervaart. “Het vrijkomen is op ieder niveau te trainen, dus mijn pass- en trapvorm (zie oefenvorm 2 ‘Passen en trappen onder weerstand’) en positiespel (zie oefenvorm 3 ‘Positiespel tien tegen zeven’) tijdens het Trainerscongres zijn prima toepasbaar bij senioren- en jeugdteams op alle niveaus.”

“Zowel tijdens de pass- en trapvorm als het positiespel staat het zoeken van open passlijnen in balbezit centraal. Tijdens deze oefeningen is het belangrijk dat de spelers contact maken met elkaar”, leidde Poldervaart zijn training in. Om dit accent tijdens het passen en trappen terug te laten komen, koos hij ervoor om weerstand te creëren door een verdediger tussen twee pylonen neer te zetten. De passende middenvelder moest contact maken met de vragende aanvaller, die de passlijn openmaakte door zichzelf vrij te bewegen. De middenvelder diende de bal wel tussen de pylonen door te spelen, waardoor de speler in balbezit en zijn teamgenoot zonder bal met elkaar moesten samenwerken om de passlijn open te krijgen. De bal tussen de linies door spelen, trok Poldervaart door in het positiespel, waarin ook de vrije man gezocht moest worden.

Vrije man zoeken

Tijdens het positiespel tien tegen zeven werd extra weerstand gecreëerd door poppen in het speelveld te plaatsen. De poppen stonden in de formatie van SVV Scheveningen, waar Barendrecht een dag na het Trainerscongres tegen moest aantreden. “Op ons eigen complex hebben wij geen poppen tot onze beschikking, dus dan zet ik containers in het veld neer. Veel amateurverenigingen hebben meerdere containers, waardoor dit door iedere trainer toegepast kan worden in zijn eigen training. Het is ook mogelijk om voor andere attributen te kiezen die voorhanden zijn”, maakte Poldervaart de vertaalslag naar de praktijk van de aanwezige trainers. Het positiespel bestond uit vier blokken van tweeëneenhalve minuut. “We spelen het eerste blokje in een klein veld, waarin de poppen als extra weerstand zijn geplaatst”, legde Poldervaart uit. “Daardoor worden de spelers gedwongen om goed te kijken waar de vrije man is en de open passlijnen liggen.”

Poldervaart: “Het tweede blokje wordt in een veld gespeeld dat twee keer zo groot is. In dat veld staan ook poppen. Dit is een vorm van differentieel leren. Daarna spelen we weer twee keer tweeëneenhalve minuut, maar dan haal ik de poppen weg. Kijk dan maar eens of het zonder extra weerstand makkelijker gaat. In relatie tot de wedstrijd is het doel van dit positiespel, het openmaken van passlijnen, misschien onrealistisch, omdat de ruimtes heel klein zijn. Als je tijdens de wedstrijd in deze ruimte speelt, kies je er waarschijnlijk voor om de bal lang te spelen op de spits en vervolgens met de middenvelders bij te sluiten. We trainen in deze vorm het wegleggen van de bal door een passlijn open te maken. Doordat spelers steeds sneller moeten handelen, is het goed om dit in kleine ruimtes te doen. Het doel van deze vorm is om vanuit een goede bezetting de bal via een driehoek naar de spits te spelen. Het is dus belangrijk dat spelers in de as van het veld zichzelf vrijspelen om vervolgens een driehoekje te maken.”

Geduld opbrengen

“In onze visie werken wij tijdens het opzetten van een aanval van binnen naar buiten en van buiten naar binnen. Dat wil zeggen dat we bijvoorbeeld via de rechtsback naar de linksbuiten willen. Dat doen wij het liefst door tussen de linies te voetballen, omdat die passes moeilijker te verdedigen zijn”, legde Poldervaart uit. “Als de spelers tijdens het positiespel geen driehoekje kunnen maken, omdat een speler in de as niet goed vrijkomt, dan halen we de bal uit en proberen wij de aanval opnieuw op te bouwen door de andere kant te zoeken. Geduld is belangrijk als je goed positiespel wilt spelen en balbezit is heilig. De bal rondspelen tot er ruimte komt om de bal tussen de linies te spelen, zorgt ervoor dat de spelers tijdens wedstrijden continu met elkaar bezig zijn.”

Spiegel je keuzes

Poldervaart sloot zijn training af met het advies om gedurende het seizoen contact op te nemen met trainers van andere ploegen uit je competitie. “Het kan heel leerzaam zijn om met collega-trainers over de onderlinge wedstrijden na te praten. Als je een tactisch concept hebt uitgedacht, kan de trainer van de tegenpartij als geen ander uitleggen waarom jouw plan in zijn ogen wel of niet gewerkt heeft. Hij heeft er immers op moeten reageren. Ik heb tijdens dit seizoen bijvoorbeeld met Marcel Groninger gesproken, die trainer is van HHC. Trainers staan vaak open voor dergelijke discussies, omdat je elkaar op die manier naar een hoger niveau trekt. Niemand heeft de wijsheid in pacht, want er bestaan veel verschillende visies op voetballen. Het gaat erom hoe je reageert op het plan van een ander en wat je tegenover de tactiek van een tegenstander kunt zetten.”

 

Primeur voor Ten Hag, AZ wederom beste jeugdopleiding

Wilfred van Leeuwen won de Rinus Michels Award voor de beste amateurtrainer (pagina 4). Bij de BVO-trainers was het Erik ten Hag die beloond werd voor zijn goede debuutseizoen bij FC Utrecht. AZ werd wederom verkozen tot succesvolste jeugdopleiding en de aanmoedigingsprijs ging naar Be Quick 1887.

Aanmoedigingsprijs

Be Quick 1887 Tijdens de uitreiking van de Rinus Michels Awards maakten drie amateurclubs kans op de beste jeugdopleiding in het amateurvoetbal. De prijs dient als aanmoedigingsprijs. Be Quick 1887 (Groningen), Quick Boys (Katwijk) en USV Hercules (Utrecht) waren de genomineerden. Na de nominatie van vorig jaar werd Be Quick 1887 dit jaar wél winnaar. Met name dat de hoofdmacht van Be Quick veel jongens uit de jeugdopleiding herbergt, was een belangrijk argument voor de jury om de prijs aan de Groningers uit te reiken.

AZ timmert aan de weg

Feyenoord domineerde tot vorig jaar de awarduitreiking voor beste jeugdopleiding van Nederland. Het stokje werd vorig jaar door AZ overgenomen. Ook dit jaar ging de prijs naar de Alkmaarders en troefden ze Feyenoord, Ajax, PSV en FC Utrecht af. Hoofd opleiding Paul Brandenburg ontving de prijs namens de AZ. Van de huidige selectie komen veel spelers uit de jeugdopleiding van de club. Joris van Overeem, Ben Rienstra, Derrick Luckassen, Ridgeciano Haps, Thom Haye, Nick Olij, Fernando Lewis, Pantelis Hatzidiakos, Thomas Ouwejan, Levi Opdam en Dabney dos Santos zijn daar voorbeelden van.

Wilfred van Leeuwen en zijn droomseizoen

Vanwege de prestaties van zijn VVSB in het bekertoernooi was Wilfred van Leeuwen de favoriet voor het winnen van de Rinus Michels Award. De Topklasser bereikte de halve finale van de beker en hield lang stand tegen FC Utrecht. En nog belangrijker: VVSB promoveerde naar de nieuw te vormen Tweede Divisie. “Mooie waardering van collega’s, dus dat doet je wel wat. Dat telt natuurlijk mee. De landelijke bekendheid zal meegespeeld hebben, maar het is een mix van de commissie van wijze mannen en daarnaast jouw collega’s. Vaak stemmen mensen op de genomineerden uit hun eigen district, maar als je de halve finale van de beker haalt dan helpt het om stemmers uit het andere district op jouw hand te krijgen. We hebben een seizoen gehad waarin we alles hebben meegemaakt wat je als sportman mee kan maken. Zowel op sportief als emotioneel vlak. De prioriteit lag in de competitie, omdat we de zevende plek moesten halen, maar de prestatie in de beker is geweldig.”

Ten Hag verslaat topclubs

Waar normaal gesproken de trainer van de traditionele top-drie met de prijs aan de haal gaan, daar was dit jaar Erik ten Hag (FC Utrecht) de winnaar van de Rinus Michels Award. FC Utrecht kende ondanks dat het alle prijzen misliep een goed seizoen. De ploeg van Ten Hag behaalde de bekerfinale (2-1 verlies tegen Feyenoord), eindigde vijfde in de competitie, maar verloor uiteindelijk de finale van de play-offs van Heracles. Toch zorgde het tactische plan dat Ten Hag met zijn ploeg op de mat legde vaak tot hoofdbrekens bij collega-trainers. Zijn bijnaam werd al snel ‘De Nederlandse Pep’, vanwege zijn achtergrond als trainer van het tweede elftal van Bayern München. Bij de uitverkiezing bleef Ten Hag nederig. “Zo’n uitverkiezing is natuurlijk subjectief, waarom verdien ik ‘m meer dan Ron Jans die al veel moois heeft gepresteerd? Of Frank de Boer die een vijfde titel kan pakken? Dat het een prijs is die door collega-trainers is toebedeeld, doet me veel. Ze zijn concurrenten, je wilt ze verslaan, maar ze inspireren me ook.”

Cruijff wordt postuum geëerd

Uiteraard werd ook stilgestaan bij het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden en de man die als hoofdtrainer FC Barcelona de eerste Europa Cup I bezorgde: Johan Cruijff. Cruijff ontviel ons op 24 maart j.l.. Hij kreeg de onderscheiding voor al zijn verdiensten voor het Nederlands voetbal. Niet alleen vanwege prijzen die Cruijff als trainer van Ajax en FC Barcelona won, maar ook vanwege de vernieuwende en aanvallende manier van voetballen van beide clubs. De award werd door Cruijffs generatiegenoot Wim Jansen in ontvangt genomen.

Techniek en tactiek verbinden -Peter Hyballa, coach Bayer Leverkusen o19

Hij werkte als jeugdtrainer al bij verschillende Duitse topclubs, waaronder Alemannia Aachen, Borussia Dortmund en VFL Wolfsburg. Het afgelopen seizoen was Peter Hyballa verantwoordelijk voor de onder-19 jeugd van Bayer Leverkusen. Na het trainen van zoveel jeugdteams weet de gelouterde trainer als geen ander hoe je een pass- en trapoefening leuk en functioneel kunt maken en dat demonstreerde hij tijdens het Trainerscongres.

De spelers van BVV Barendrecht zijn nog niet van het veld wanneer Peter Hyballa in een rap tempo zijn oefeningen klaar zet. Dat heeft enerzijds met de tijd te maken, maar al snel blijkt dat de Duitse trainer zelf ook vol energie zit. Met een grote glimlach meldt hij zich bij presentator Bert van Losser. “Mijn moeder is Nederlands en mijn vader is Duits,” vertelt Hyballa in het Nederlands met een onvervalst Duits accent. Het zorgt er meteen voor dat alle aanwezige prof- en amateurtrainers aan zijn lippen hangen.

Soorten passing

“Vandaag wil ik jullie een aantal pass- en trapvormen laten zien,” begint hij. De spelers die de demonstratietraining gaan uitvoeren, jeugdspelers van PEC Zwolle, kijken elkaar aan. De Duitse oefenmeester ziet de blikken. “Het komt helemaal goed,” zegt hij met een knipoog, waarna hij de spelers dirigeert richting de door hem neergezette pylonen.

Elke oefening wordt een aantal minuten uitgevoerd. Per oefening worden er eerst verticale ballen gespeeld (rechtdoor), dan moeten er diagonale ballen worden gegeven en tot slot wil Hyballa tiki-taka voetbal zien. Terwijl de spelers zich in het zweet werken legt Hyballa uit wat hij belangrijk vindt in deze oefening. “Bij het omschakelen naar aanvallen is de diagonale pass in mijn ogen het belangrijkst. Maar in de wedstrijd moet je ook andere passing kunnen spelen, daarom oefenen we bijvoorbeeld ook de tiki-taka passing.”

Parkeerplaats

Terwijl de spelers beginnen aan de eerste oefenvorm (1A) richt Hyballa zich tot de trainers op de tribune. “Je ziet vaak dat spelers moeilijk het enthousiasme kunnen opbrengen tijdens een pass- en trapvorm. Dan zie je ze een beetje achter hun bal aan sjokken en verveeld wachten bij de pylon,” legt de trainer uit, terwijl hij zijn woorden kracht bij zet door de spelers na te doen.

Vervolgens legt hij de oefening stil. “Veel spelers staan tijdens de oefening op de parkeerplaats,” zegt hij tegen de spelers. De oefenmeester wil dat spelers zich actief aanbieden. “Spelers zien vaak alleen de pylon, terwijl het juist gaat om de ruimte waarin de pylon zich bevindt.” Wanneer de trainer het sein heeft gegeven om door te gaan met de oefening kijken de jeugdspelers van PEC raar op als de energieke oefenmeester een enkeling vastpakt. “Hier moet je je aanbieden,” zegt hij tegen de speler terwijl hij hem eigenhandig een stukje verder sjort. Het tekent het enthousiasme en de humor van de trainer.

Dynamiek

Iedere keer wanneer de spelers denken wat achterover te kunnen leunen zit Hyballa er weer bovenop. “Ik wil tijdens de oefening zien dat we het tempo van de wedstrijd aanhouden, dit is een opa-en-oma tempo!” roept hij naar de spelers. Op de tribune knikken de trainers instemmend. “Als trainer moet je goed op het tempo en de dynamiek van de oefening letten,” vervolgt Hyballa. “Het is belangrijk dat iedereen goed meedoet en dat er geen balverlies geleden wordt. Anders leer je niets van de oefening.”

De dynamiek waar Hyballa op doelt zit hem in de beweging van de speler zonder bal, iets wat nadrukkelijk terugkomt in oefening 1B. Deze speler moet zich constant goed vrijlopen en aanbieden. Ook moet hij altijd geconcentreerd blijven omdat hij nog een keer kan worden aangespeeld. De oefening is voor de speler dus niet voorbij wanneer hij zijn ‘verplichte’ pass heeft gegeven, er kan altijd nog een kaats komen. Als trainer kun je zelf de oefening ook wat dynamischer maken. Je kunt hem bijvoorbeeld aanpassen aan het spelsysteem. Wanneer je normaal gesproken speelt met een centrale verdediger die indribbelt, kun je dit ook in de oefening verwerken.

Verbindingslijn zoeken

Oefenvorm 1D lijkt op het eerste gezicht gedoemd uit te draaien op een chaos. Maar juist daarin ligt de uitdaging vindt Hyballa. “De speler aan de bal is de baas en de speler zonder bal moet constant de verbindingslijn met de bal zoeken.” Dat is uiteraard niet makkelijk als er continu spelers in de weg lopen, maar daarom is het belangrijk om de ruimte te zien én om je bewegingen aan te passen om andere spelers te ontwijken. “Coaching door medespelers speelt hierbij ook een grote rol.”

In oefenvorm 2 kunnen de pass- en trapvormen in de praktijk worden gebracht. In het midden wordt er in een hoog tempo een positiespel gespeeld waarbij goede passing vitaal is. “De teams moeten zo min mogelijk balverlies lijden op het middenveld, omdat dat in een wedstrijd ook dodelijk kan zijn.” De trainer zegt niet welk soort passing hij wil zien, Hyballa wil juist dat zijn spelers hierin variëren. “Ik vind het mooi als mijn ploeg tiki-taka speelt, maar soms moet er ook gewoon snelheid gemaakt worden.” Tijdens de oefening grijpt de Duitse oefenmeester nog even terug naar oefenvorm 1. “Je kunt nu duidelijk zien dat spelers zich actief aanbieden en dat er een grotere dynamiek in het spel zit. Zo hebben we tijdens de eerste vorm niet alleen aan de techniek gewerkt, maar ook aan de tactiek. En dat is voor de opleiding van spelers heel belangrijk.” Tenslotte brengt de trainer nog een variatie aan in de oefening. Teams moet nu geen 5 seconden balbezit meer hebben voor de spits mag worden ingespeeld, maar deze spits moet juist binnen 3 seconden worden gezocht. Dat is volgens Hyballa iets waar we in Nederland nog wel wat van kunnen leren. “Balbezit is leuk, maar spelers moeten ook weten hoe het is om te moeten winnen.”

Het simpele perfect uitvoeren -Demonstratietraining Alex Pastoor (Sparta Rotterdam)

Alex Pastoor keert komend seizoen met Sparta Rotterdam terug op het hoogste niveau, doordat de oefenmeester de Spartanen dit seizoen naar de titel in de Jupiler League leidde. Die prestatie wijdde hij tijdens het Trainerscongres toe aan de goede organisatie van zijn ploeg. Vooral aanvoerder Michel Breuer heeft met zijn coaching een belangrijke rol gespeeld in het bewaken van de verdedigende afspraken. “We werken met één selectie en dat versnelt het proces.”

De demonstratietraining van Pastoor werd voor het grootste gedeelte ingevuld met een aantal oefenvormen in relatie tot de speelwijze die Sparta dit seizoen gehanteerd heeft. Tijdens de training werd het verdedigen op de eigen helft in de zone door vier verdedigers en twee controlerende middenvelders getraind. Dit deed assistent-trainer Michael Reiziger door de spelers middels elastieken aan elkaar vast te maken en de bal zonder weerstand van tegenstanders richting één van de verdedigende spelers te spelen. De spelers dienden hierop te reageren door te kantelen en te knijpen (zie oefenvorm 1 ‘Zoneverdediging met elastieken’). Vervolgens werd er een partijspel gespeeld, waarbij de verdedigers de zoneverdediging in de wedstrijdprakrijk konden toepassen, terwijl de aanvallende partij aanvalspatronen trainden, waarbij de aanvallers de vrijheid hadden tijdens het aanvallen (zie oefenvorm 2 ‘Partijspel zoneverdediging’).

Eén grote selectie

De training werd afgesloten met een partijvorm elf tegen elf, waarin beide ploegen de essentie van de speelwijze wederom tot uitvoering konden brengen. De kracht van Sparta dit seizoen is volgens Pastoor vooral de eenvoud geweest. “We zijn kampioen geworden in de Jupiler League door geen rare of bijzondere dingen te doen. We willen het simpele briljant uitvoeren. Het is prettig dat we met één selectie werken, omdat dit het proces versnelt. Er wordt de gehele week met één grote groep getraind, waardoor iedere speler de speelwijze en de afspraken die daarbij horen meekrijgt. Vanuit die groep wordt de wedstrijdselectie voor het eerste gekozen en de spelers die niet tot de selectie behoren, aangevuld met de spelers die in het eerste niet of weinig hebben gespeeld, spelen op maandagavond als beloftenteam. Beide teams spelen volgens dezelfde teamtactische principes en hanteren dus dezelfde speelwijze”, zei Pastoor.

Zoneverdediging

“We hebben dit seizoen gekozen om in de zone te verdedigen en spelen dus niet met vaste mandekkers. Systemen zijn minder belangrijk dan de essenties van het voetballen. Dit geldt ook voor het onderscheppen van de bal bij het verdedigen. Als je in de zone verdedigen in de ploeg hebt geslepen, kun je dat in alle systemen toepassen. Het gaat er vooral om dat je de bal volgt en daarop reageert door goed te staan”, vervolgde Pastoor tijdens de verdedigende oefenvorm. “De spelers moeten een moment kiezen om de bal aan te vallen en de touwtjes moeten strak blijven staan. Als deze in de buurt van de grond komen, staan de spelers te dicht bij elkaar. De afstand tussen de spelers moet tien tot vijftien meter blijven.” De vorm werd eerst zonder weerstand gedaan, maar later werd er een spits neergezet die als afleider moest fungeren. Pastoor: “De spelers worden zo gedwongen om niet naar de spelers van de tegenstander te kijken, maar de bal te volgen. Als ze ten opzichte van elkaar gestaffeld staan en op de bal gericht zijn, hoeven ze de tegenstander niet aan te raken. Zo kun je als verdediger het spel leren lezen.”

Aanvallen: vrijheid

“Bij de verdedigende vorm is de essentie van trainen ‘het juiste moment zoeken om te storen’. Dit kun je per wedstrijd met kleine accenten aanpassen aan de speelwijze van de tegenstander. De coaching van Michel Breuer is hierin ontzettend belangrijk geweest”, zei Pastoor over zijn aanvoerder. “Hij coachte de spelers van links naar rechts en zorgde er op die manier zonder touwtjes voor dat de spelers hetzelfde gedrag vertoonden. Als de bal naar de zijkant gaat, stappen we pas uit als de bal onderweg is. Anders blijven de spelers in de zone. Op die manier voorkom je dat je onnodige meters maakt.” Binnen het aanvallende gedeelte van de speelwijze hebben de aanvallers binnen de laatste 25 meter van het veld de vrijheid om hun eigen keuzes te maken. “Die ruimte is voor de spelers: zij mogen doen wat zij denken dat goed is om een kans te creëren. Er is wel één voorwaarde aan die regel verbonden: we moeten achter de verdediging zien te komen.”

Weinig stilleggen

“Tot die 25 meter moet het spel verzorgd zijn en moeten de spelers het geduld op zien te brengen om een aanvaller in een kansrijke situatie te krijgen”, legde Pastoor uit. “Het geduld in de opbouw is bij ons dan ook betrekkelijk groot. Door deze twee accenten van de speelwijze apart van elkaar te trainen en vervolgens in een partijvorm samen te laten komen, komen de essenties van beide ploegen volledig bloot te liggen. Beide partijen weten namelijk het geduld op te brengen om de essentie van hun taken toe te passen: ze wachten tot één moment om het goede te doen.” In de oefenvormen moeten de essenties van de speelwijze eruit komen, maar het spel wordt weinig stilgelegd. “We pakken bewust weinig stopmomenten, omdat beide ploegen alert moeten blijven om hun essenties uit te voeren en dat heeft met keuzes maken te maken. Zakt de verdedigende ploeg wat verder terug op de eigen speelhelft? De essentie moet dan blijven dat we in de zone verdedigen en het juiste moment kiezen om druk op de bal te zetten. Wij controleren als trainersstaf of zij die essenties uitvoeren.” De training werd afgesloten met een partijvorm elf tegen elf (zie oefenvorm 3), waarin de spelers opnieuw werden uitgedaagd om de getrainde accenten van de speelwijze in de wedstrijdpraktijk uit te voeren. De essenties van trainen kwam op die manier in iedere oefenvorm terug.